Art. 24 Verordening (EG) nr. 104/2000, Autonome ophoud- en uitstelmaatregelen van producentenorganisaties
1. Voor de in bijlage IV genoemde producten verlenen de lidstaten forfaitaire steun aan de producentenorganisaties die in het kader van artikel 17 interventies verrichten, op voorwaarde dat:
a) deze producentenorganisaties vóór het begin van het visseizoen een ophoudprijs, hierna "autonome ophoudprijs" genoemd, vaststellen; deze prijs wordt gedurende het gehele visseizoen door de productenorganisaties toegepast, met een tolerantiemarge van 10 % onder tot 10 % boven de vastgestelde prijs; de ophoudprijs mag evenwel niet hoger zijn dan 80 % van het gewogen gemiddelde van de prijs tijdens de drie voorgaande visseizoenen voor de betrokken productklassen in het gebied waar de desbetreffende productenorganisaties hun activiteiten uitoefenen;
b) de uit de markt genomen producten in overeenstemming zijn met de overeenkomstig artikel 2 vastgestelde handelsnormen en kwalitatief beantwoorden aan de volgens de procedure van artikel 2, lid 3, vast te stellen eisen;
c) de vergoeding die aan de aangesloten producenten voor de uit de markt genomen hoeveelheden wordt verleend, gelijk is aan de door de productenorganisaties toegepaste autonome ophoudprijs.
2. De forfaitaire steun wordt toegekend voor de uit de markt genomen hoeveelheden die overeenkomstig artikel 5, lid 1, ten verkoop zijn aangeboden en die op zodanige wijze worden afgezet dat de normale afzet van de betrokken producten er niet door wordt belemmerd.
3. Het bedrag van de forfaitaire steun is gelijk aan 75 % van de tijdens het lopende visseizoen toegepaste autonome ophoudprijs en wordt verminderd met de forfaitair vastgestelde waarde van het overeenkomstig lid 2 afgezette product.
4. De forfaitaire steun wordt ook toegekend voor de uit de markt genomen hoeveelheden die met het oog op stabilisatie worden bewerkt en opgeslagen dan wel op een nader te bepalen wijze en voor een nader te bepalen periode worden verduurzaamd. Het bedrag van de forfaitaire steun mag in dat geval niet hoger zijn dan het bedrag van de technische en financiële kosten van de verrichtingen die voor stabilisatie en opslag noodzakelijk zijn.
5. De som van de ingevolge lid 2 voor de forfaitaire steun in aanmerking komende hoeveelheden mag niet meer bedragen dan 5 % van de jaarlijkse hoeveelheden van de betrokken producten die overeenkomstig artikel 5, lid 1, ten verkoop worden aangeboden.
De som van de ingevolgde de leden 2 en 4 voor de forfaitaire steun in aanmerking komende hoeveelheden mag niet meer bedragen dan 10 % van de in de eerste bedoelde jaarlijkse hoeveelheden.
6. De betrokken lidstaten voeren een controlestelsel in om erop toe te zien dat de producten waarvoor de forfaitaire steun wordt toegepast, daarvoor in aanmerking komen.
De producentenorganisaties die forfaitaire steun ontvangen, voeren met het oog op de controle een voorraadadministratie die aan nader te bepalen criteria voldoet. De lidstaten doen de Commissie met een nader te bepalen frequentie een overzicht toekomen waarin per product en per productklasse de op de representatieve groothandelsmarkten of in de havens geconstateerde gemiddelde prijzen worden vermeld.
7. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, naar gelang van de aanpassing van de prijzen van de in dit artikel bedoelde soorten, over opneming van deze soorten in de lijst van producten van bijlage I, punt A.
8. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 38, lid 2.