Art. 27 Verordening (EG) nr. 104/2000, Vergoeding voor producentenorganisaties
1. Aan de producentenorganisaties kan een vergoeding worden toegekend voor de door hun leden gevangen hoeveelheden van de in bijlage III genoemde producten die worden verkocht en geleverd aan in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde bewerkende en verwerkende bedrijven en die bestemd zijn voor de industriële vervaardiging van producten van GN-code 1604. Deze vergoeding wordt toegekend wanneer voor een bepaald kwartaal wordt geconstateerd dat tegelijkertijd:
- de op de markt van de Gemeenschap geconstateerde gemiddelde verkoopprijs
en
- de in artikel 29, lid 3, onder d), bedoelde invoerprijs
lager zijn dan een interventiedrempel die gelijk is aan 87 % van de communautaire productieprijs voor het betrokken product.
Vóór het begin van elk visseizoen wordt de lijst van de in dit lid bedoelde bewerkende en verwerkende bedrijven door de lidstaten opgesteld of bijgewerkt en aan de Commissie meegedeeld.
2. Het bedrag van de vergoeding mag in geen geval groter zijn dan:
- het verschil tussen de interventiedrempel en de gemiddelde verkoopprijs van het betrokken product op de markt van de Gemeenschap, of
- en forfaitair bedrag gelijk aan 12 % van deze drempel.
3. De hoeveelheid van elk product die voor de vergoeding in aanmerking kan komen, is ten hoogste gelijk aan het gemiddelde van de hoeveelheden die onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn verkocht en geleverd tijdens hetzelfde kwartaal van de drie visseizoenen voorafgaand aan het kwartaal waarvoor de vergoeding wordt uitgekeerd.
4. Het bedrag van de aan elke producentenorganisatie toegekende vergoeding is gelijk aan:
- het in lid 2 omschreven maximum voor de overeenkomstig lid 1 afgezette hoeveelheden van het betrokken product die niet groter zijn dan het gemiddelde van de hoeveelheden die onder dezelfde voorwaarden door haar leden zijn verkocht en geleverd tijdens hetzelfde kwartaal van de drie visseizoenen voorafgaand aan het kwartaal waarvoor de vergoeding wordt uitgekeerd;
- 50 % van het in lid 2 omschreven maximum voor de hoeveelheden van het betrokken product die groter zijn dan de in het eerste streepje omschreven hoeveelheden en die gelijk zijn aan de hoeveelheden die resteren nadat de uit hoofde van lid 3 in aanmerking komende hoeveelheden over de producentenorganisaties zijn verdeeld.
De verdeling over de betrokken producentenorganisaties geschiedt naar verhouding van het gemiddelde van hun respectieve productie tijdens hetzelfde kwartaal van de drie visseizoenen voorafgaand aan het kwartaal waarvoor de vergoeding wordt uitgekeerd.
5. De producentenorganisaties verdelen de toegekende vergoeding onder hun leden naar rata van de door hen geproduceerde hoeveelheden die onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn verkocht en geleverd.
6. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name betreffende het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de vergoeding, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 38, lid 2.