Art. 29 Verordening (EG) nr. 104/2000

Verordening (EG) nr. 104/2000

1. Voor de gehele Gemeenschap geldende referentieprijzen kunnen jaarlijks per productklasse worden vastgesteld voor de in artikel 1 genoemde producten waarvoor het volgende geldt:

a) een regeling tot verlaging of schorsing van de douanerechten waarvan de voorwaarden van consolidatie in de Wereldhandelsorganisatie de inachtneming van een referentieprijs omvatten;

b) één van de maatregelen als bedoeld in artikel 28, lid 1,

of

c) een andere dan de onder a) of b) bedoelde regeling, die de inachtneming van een referentieprijs, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Gemeenschap, voorschrijft.

2. Indien de aangegeven douanewaarde van een in het kader van een van de regelingen als bedoeld in lid 1 uit een derde land ingevoerd product lager is dan de referentieprijs, wordt het voordeel van de betrokken tariefregeling opgeheven voor de betrokken hoeveelheden.

De lidstaten geven de Commissie onverwijld kennis van alle gevallen waarin de in dit lid bedoelde maatregel wordt toegepast.

3. De vastgestelde referentieprijs:

a) is voor de in bijlage I, punten A en B, genoemde producten gelijk aan de overeenkomstig artikel 20, lid 1, vastgestelde ophoudprijs;

b) is voor de in bijlage I, punt C, genoemde producten gelijk aan de overeenkomstig artikel 22 vastgestelde communautaire verkoopprijs;

c) is voor de in bijlage II genoemde producten gelijk aan de overeenkomstig artikel 25, lid 1, vastgestelde communautaire verkoopprijs;

d) wordt voor de andere producten met name bepaald op basis van het gewogen gemiddelde van de douanewaarden die op de invoermarkten of in de invoerhavens van de lidstaten zijn geconstateerd tijdens de drie jaren voorafgaand aan de datum waarop de referentieprijs wordt vastgesteld, en rekening houdende met de noodzaak te zorgen voor een prijs die in overeenstemming is met de marktsituatie.

4. De lidstaten stellen de Commissie regelmatig in kennis van de op hun markten en in hun havens geconstateerde prijzen en ingevoerde hoeveelheden van de in de bijlage I tot en met IV genoemde producten. Deze prijzen zijn gelijk aan de douanewaarde van de betrokken producten.

5. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met inbegrip van de vaststelling van de referentieprijzen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 38, lid 2.