Art. 13 Verordening (EG) nr. 104/2000

Verordening (EG) nr. 104/2000

1. De lidstaten kunnen de op hun grondgebied gevestigde organisaties die daarom verzoeken en die bestaan uit vertegenwoordigers van de verschillende beroepsgroepen die betrokken zijn bij de productie, de verhandeling en/of de verwerking van de in artikel 1 bedoelde producten, als brancheorganisatie in de zin van deze verordening erkennen, op voorwaarde dat deze:

a) zijn opgericht op initiatief van alle of een deel van de aangesloten organisaties of groeperingen;

b) in de betrokken regio of regio's een belangrijk gedeelte van de productie en de verhandeling en/of de verwerking van visserijproducten en verwerkte producten op basis van visserijproducten vertegenwoordigen en zij, indien zij hun werkzaamheden in meer dan één regio uitoefenen, het bewijs leveren van een minimumrepresentativiteit voor elke branchegroep in elke betrokken regio;

c) zelf geen visserijproducten of verwerkte producten op basis van visserijproducten produceren, noch verwerken, noch afzetten;

d) in één of meer regio's van de Gemeenschap, op een wijze die verenigbaar is met de, met name ten aanzien van de mededinging, geldende Gemeenschapsbepalingen, twee of meer van de hieronder vermelde werkzaamheden uitoefenen, daarbij rekening houdend met de belangen van de consument, en voorzover zij de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening niet belemmeren;

- verbeteren van de kennis inzake en de doorzichtigheid van de productie en de markt;

- bijdragen tot een betere coördinatie van de afzet van visserijproducten, onder meer door middel van marktonderzoeken of -studies;

- onderzoeken en ontwikkelen van technieken die de marktwerking verbeteren, ook op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie;

- opstelling van met de communautaire wetgeving verenigbare standaardcontracten;

- verspreiden van gegevens en verrichten van onderzoek voor een betere afstemming van de productie op de eisen van de markt en op de smaak en de wensen van de consument, in het bijzonder inzake de productkwaliteit en exploitatiemethoden die tot de duurzaamheid van de visbestanden bijdragen;

- ontwikkelen van methoden en instrumenten en organiseren van opleidingsacties om de kwaliteit van de producten te verbeteren;

- ontwikkelen en beschermen van oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels en geografische aanduidingen;

- vaststellen, met betrekking tot de visvangst en de afzet van visserijproducten, van strengere voorschriften dan de communautaire of nationale regelingen;

- verhogen van de handelswaarde van visserijproducten;

- bevorderen van de afzet van visserijproducten.

2. Alvorens een brancheorganisatie te erkennen, delen de lidstaten de Commissie mee welke organisaties een verzoek om erkenning hebben ingediend en verstrekken zij alle dienstige inlichtingen betreffende de representativiteit en de werkzaamheden van deze organisaties, alsmede alle andere nodige beoordelingsfactoren.

De Commissie kan binnen twee maanden na deze kennisgeving bezwaar maken tegen de erkenning.

3. De lidstaten:

a) nemen binnen drie maanden na indiening van een met alle nodige bewijsstukken gestaafd verzoek een besluit inzake de erkenning;

b) verrichten met geregelde tussenpozen controles op de inachtneming door de brancheorganisaties van de erkenningsvoorwaarden;

c) trekken de erkenning in, indien:

i) niet meer wordt voldaan aan de in deze verordening bepaalde voorwaarden voor erkenning;

ii) de brancheorganisatie een der in artikel 14 genoemde verbodsbepalingen overtreedt of de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening schaadt, onverminderd eventuele andere sancties die anderszins uit hoofde van de nationale wetgeving zijn opgelegd;

d) delen elk besluit inzake verlening, weigering of intrekking van de erkenning binnen twee maanden aan de Commissie mee.

4. De Commissie ziet er door middel van controles op toe dat het bepaalde in lid 1 en lid 3, onder b), in acht wordt genomen en kan naar aanleiding van die controles de lidstaten verzoeken erkenningen in te trekken.

5. De erkenning houdt de machtiging in om overeenkomstig deze verordening de in lid 1, onder d), omschreven werkzaamheden uit te oefenen.

6. De Commissie draagt er zorg voor dat de erkende brancheorganisaties, met vermelding van de economische regio of van het gebied waar zij werkzaam zijn, alsook van de in de zin van artikel 15 verrichte activiteiten, worden bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Intrekking van een erkenning wordt eveneens bekendgemaakt.

7. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, inzonderheid wat betreft de wijze waarop en de frequentie waarmee de lidstaten bij de Commissie verslag moeten uitbrengen over de werkzaamheden van de brancheorganisaties, worden vastgesteld volgends de procedure van artikel 38, lid 2.