Art. 4 Verordening (EG) nr. 2342/1999, Paspoorten en administratieve documenten
Verordening (EG) nr. 2342/1999
1. Wanneer, in de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 820/97 bedoelde gevallen, het paspoort niet voorhanden is, wordt het vervangen door een nationaal administratief document zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 1254/1999.
2. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat zien erop toe dat aan de hand van dit paspoort of het administratief document kan worden gewaarborgd dat slechts één premie per dier en per leeftijdstranche wordt toegekend.
Daartoe verlenen de lidstaten elkaar de nodige bijstand.
3. De lidstaten kunnen voorschrijven dat het nationale administratieve document:
a) een document moet zijn dat elk individueel dier moet vergezellen, of
b) een door de producent bijgehouden algemene lijst met alle voor het administratieve document voorgeschreven gegevens, op voorwaarde dat de betrokken dieren vanaf het moment waarop de eerste aanvraag wordt ingediend totdat zij als slachtdier op de markt worden gebracht bij dezelfde producent blijven, of
c) een algemene lijst die wordt bijgehouden door de centrale overheid en die alle voor het administratieve document voorgeschreven gegevens bevat, op voorwaarde dat de lidstaat of het gebied van de lidstaat waar van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt alle dieren waarvoor een aanvraag is ingediend ter plaatse controleert, de verplaatsing van deze dieren controleert, en alle gecontroleerde dieren van een niet te ontkennen merkteken voorziet, hetgeen de producenten verplicht zijn te dulden, of
d) een algemene lijst die wordt bijgehouden door de centrale overheid en die alle voor het administratieve document voorgeschreven gegevens bevat, op voorwaarde dat de lidstaat de nodige maatregelen neemt om te voorkomen dat de premie tweemaal voor dezelfde leeftijdstranche wordt toegekend, en dat hij ervoor zorgt dat voor elk dier desgevraagd onmiddellijk inlichtingen over de status van de premie wordt verstrekt.
De lidstaten die besluiten van één of een aantal van deze mogelijkheden gebruik te maken, moeten de Commissie daarvan te zijner tijd in kennis stellen en haar de desbetreffende uitvoeringsbepalingen meedelen.
Voor de toepassing van het bepaalde onder c) worden alleen Groot-Brittannië en Noord-Ierland als "gebied van een lidstaat" beschouwd.