Art. 9 Verordening (EG) nr. 2342/1999, Bijzonderheden van het toekenningssysteem

Verordening (EG) nr. 2342/1999

1. In afwijking van artikel 5 wordt de premie aan de producent betaald die het dier heeft aangehouden gedurende een periode van ten minste twee maanden die minder dan één maand vóór de slacht, de verzending of de uitvoer eindigt.

Wanneer het om ossen gaat, gelden voor de premiebetaling de volgende regels:

a) de premie voor de eerste tranche mag slechts worden betaald indien de producent het dier gedurende ten minste twee maanden heeft aangehouden en het dier in die periode ten minste zeven maanden en minder dan 22 maanden oud was;

b) de premie voor de tweede tranche mag slechts worden betaald indien de producent het dier dat ten minste 20 maanden oud was gedurende ten minste twee maanden heeft aangehouden;

c) de premie voor de twee tranches mag slechts tezamen worden betaald indien de producent het dier ten minste gedurende vier opeenvolgende maanden heeft aangehouden, met inachtneming van de in het eerste en het tweede streepje bedoelde leeftijdsvoorwaarden;

d) de premie voor de tweede tranche mag enkel worden betaald indien het dier uit een andere lidstaat is verzonden toen het al ten minste 19 maanden oud was.

2. Bij de berekening van het in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde veebezettingsgetal moet elk dier waarvoor een gegroepeerde premieaanvraag voor de twee leeftijdstranches is ingediend, tweemaal worden meegerekend.

3. Het geslacht gewicht wordt bepaald op basis van een heel geslacht dier dat voldoet aan de in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1208/81 van de Raad(12) vastgestelde eisen.

Voor hele geslachte dieren met een daarvan afwijkende aanbiedingsvorm worden de in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 563/82 van de Commissie(13) vermelde correctiecoëfficiënten toegepast.

Wanneer de dieren worden geslacht in een slachthuis dat niet verplicht is het communautaire indelingsschema voor geslachte volwassen runderen toe te passen, kan de lidstaat toestaan dat het gewicht wordt bepaald op basis van het levend gewicht van het geslachte dier. In dat geval wordt ervan uitgegaan dat het geslacht gewicht ten minste 185 kilogram bedraagt als het levend gewicht van het dier ten minste 340 kilogram bedroeg.