Art. 21 Verordening (EG) nr. 2316/1999
Verordening (EG) nr. 2316/1999
1. Wanneer volgens de braakleggingsaangifte minder grond wordt braakgelegd dan overeenkomt met het voor het betrokken verkoopseizoen vastgestelde percentage voor de verplichte braaklegging, wordt de oppervlakte waarvoor de areaalbetaling aan de producenten van akkerbouwgewassen voor wie de braakleggingsverplichting geldt, kan worden toegekend, berekend aan de hand van de braakleggingsaangifte en naar verhouding van de oppervlakte van de verschillende gewassen, met inbegrip van kuilgras, zonder dat echter de oppervlakte waarvoor de areaalbetaling kan worden toegekend, wordt verlaagd tot een oppervlakte welke lager is dan die welke nodig is voor de in artikel 6, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 bedoelde productie van 92 t granen.
2. De in lid 1 bedoelde productie van granen wordt berekend aan de hand van de opbrengst waarvan voor de areaalbetaling wordt uitgegaan. Wanneer de lidstaat ervoor heeft gekozen de regionale historische opbrengst voor oliehoudende zaden toe te passen, wordt die met 1,95 vermenigvuldigd.