Art. 20 Verordening (EG) nr. 2316/1999
Verordening (EG) nr. 2316/1999
1. In het kader van artikel 6, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 kunnen de lidstaten de betaling voor braaklegging voor verscheidene jaren, met een maximum van vijf jaar, toekennen.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 en elke verhoging achteraf van het basisbedrag dat is vastgesteld in artikel 4, lid 3, van genoemde verordening, ontvangen producenten die zich ertoe verbinden dezelfde percelen voor de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde periode uit productie te nemen, gedurende die periode de betaling voor braaklegging die is berekend aan de hand van het basisbedrag en van de opbrengsten volgens het regioplan die op het tijdstip gelden waarop de verbintenis wordt aangegaan.
3. Wanneer een producent in zijn steunaanvraag "oppervlakte" vóór de afloop van de in lid 1 bedoelde periode uitdrukkelijk van zijn verbintenis terugkomt, moet hij een bedrag terugbetalen dat overeenkomt met 5 % van de betaling voor braaklegging die uit hoofde van het voorgaande verkoopseizoen is uitgekeerd voor de oppervlakte waarvoor hij van zijn verbintenis terugkomt, vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor hij zijn oorspronkelijke verbintenis niet nakomt.
4. De producent die voor de in lid 2 bedoelde regeling heeft gekozen, mag van zijn verbintenis terugkomen zonder dat de in lid 3 bedoelde sanctie wordt toegepast:
a) wanneer hij besluit het betrokken areaal uit productie te nemen of te bebossen in het kader van een van de regelingen van de artikelen 22, 23, 24 en 31 van Verordening (EG) nr. 1257/1999;
b) in door de lidstaten toegestane bijzondere gevallen die buiten de wil van de producent tot een verandering van de bedrijfsstructuur leiden, zoals een ruilverkaveling.
5. Wanneer tijdens de looptijd van de verbintenis, als gevolg van een verandering in de bedrijfsstructuur, het percentage van de oppervlakte die in het kader van dit artikel uit productie is genomen, de procentuele limiet overschrijdt die op het tijdstip waarop de producent zijn verbintenis aanging door de lidstaten overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 was vastgesteld, worden de oppervlakten waarvoor de verbintenis is aangegaan, zodanig aangepast dat aan deze limiet wordt voldaan.