Art. 31 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. Voor de toepassing van artikel 37, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 gelden de in de leden 2 en 3 van het onderhavige artikel vervatte criteria.
2. Indien krachtens de gemeenschappelijke marktordeningen kwaliteits- en gezondheidsmaatregelen voor de landbouw of andere maatregelen voor plattelandsontwikkeling dan steunverlening op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw, milieuacties ten uitvoer worden gelegd, vormen deze acties geen beletsel voor de toekenning van steun op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw voor dezelfde producties, mits deze steun een aanvulling vormt op die milieuacties en daarmee coherent is.
In dit verband geldt:
a) voor milieumaatregelen in de landbouw op gronden die overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad(27) uit productie zijn genomen, dat slechts steun mag worden verleend indien de verbintenissen verder gaan dan de geëigende milieubeschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 6, lid 2, van die verordening;
b) in het geval van extensivering van de rundvleesproductie dat bij de steunverlening rekening wordt gehouden met het op grond van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad(28) betaalde extensiveringsbedrag;
c) in het geval van steunverlening in probleemgebieden en van steunverlening in verband met specifieke beperkingen op milieugebied dat in de verbintenissen op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw rekening moet worden gehouden met de voor de steunverlening in de betrokken gebieden vastgestelde voorwaarden.
Wanneer zich een dergelijke combinatie voordoet, wordt bij de bepaling van de hoogte van de steun met de door deze combinatie veroorzaakte gederfde inkomsten en specifieke extra kosten rekening gehouden.
In geen geval mogen voor dezelfde verbintenis gelijktijdig betalingen uit hoofde van steunverlening op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw en uit hoofde van een andere communautaire steunregeling worden verricht.
3. Eventuele uitzonderingen als bedoeld in artikel 37, lid 3, tweede alinea, eerste gedachtestreepje, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 worden door de lidstaten in het raam van de plattelandsontwikkelingsplannen voorgesteld.