Art. 30 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. Onverminderd concrete, in individuele gevallen in aanmerking te nemen omstandigheden, kunnen de lidstaten met name de volgende categorieën van overmacht aanvaarden:
a) het overlijden van het bedrijfshoofd,
b) de langdurige arbeidsongeschiktheid van het bedrijfshoofd,
c) de onteigening van een groot gedeelte van het bedrijf, indien deze onteigening op de dag waarop de verbintenis werd aangegaan, niet te voorzien was,
d) een ernstige natuurramp waardoor aan het landbouwareaal van het bedrijf ernstige schade wordt toegebracht,
e) het door een ongeluk tenietgaan van de voor de veehouderij bestemde gebouwen van het bedrijf,
f) een epizoötie die de gehele veestapel van het bedrijfshoofd of een deel ervan heeft getroffen.
De lidstaten stellen de Commissie van de categorieën die zij als een geval van overmacht erkennen, in kennis.
2. De kennisgeving van gevallen van overmacht en de daarvan ten genoegen van de bevoegde autoriteit te leveren bewijzen worden schriftelijk bij de bevoegde autoriteit ingediend binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop het bedrijfshoofd in een situatie verkeert om zulks te doen.