Art. 26 Verordening (EG) nr. 1750/1999

Verordening (EG) nr. 1750/1999

1. Voor de toepassing van artikel 31, lid 1, tweede alinea, tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 wordt onder "landbouwer" verstaan, een persoon die een wezenlijk deel van zijn arbeidstijd aan landbouwwerkzaamheden besteedt en daaraan volgens door de lidstaat te bepalen nadere criteria een aanmerkelijk deel van zijn inkomen ontleent.

2. Voor de toepassing van artikel 31, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 wordt onder "snelgroeiende soorten met korte omlooptijd" verstaan, soorten waarvan de omlooptijd, zijnde de tijd tussen twee oogstvellingen op dezelfde plaats, minder dan 15 jaar bedraagt.