Art. 63 Verordening (EG) nr. 1493/1999

Verordening (EG) nr. 1493/1999

1. Voorzover nodig om de uitvoer mogelijk te maken van:

a) de in artikel 1, lid 2, onder a), b) en c), bedoelde producten;

b) suikers van GN-code 1701, glucose en glucosestroop van de GN-codes 1702 30 91, 1702 30 99, 1702 40 90 en 1702 90 50, ook in de vorm van producten van de GN-codes 1702 30 51 en 1702 30 59, verwerkt in producten van de GN-codes 2009 60 11, 2009 60 71, 2009 60 79 en 2204 30 99,

op basis van de prijzen van deze producten in de internationale handel en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag zijn gesloten, mag het verschil tussen deze prijzen en de prijzen in de Gemeenschap door een restitutie bij uitvoer worden overbrugd.

2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met restitutie mogen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:

a) die voor de aard van het product en de betrokken marktsituatie het passendst is, zodat, rekening houdend met de doeltreffendheid en de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden gebruikt, doch zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen grote en kleine marktdeelnemers;

b) die, gezien de beheerseisen, voor marktdeelnemers administratief het minst belastend is;

c) waarmee discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers wordt voorkomen.

3. Restituties zijn voor de gehele Gemeenschap gelijk. Zij kunnen naar bestemming worden gedifferentieerd, indien dit wegens de wereldhandelssituatie of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is.

De in lid 1, onder a), bedoelde restituties worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 75. Dit geschiedt periodiek.

De periodiek vastgestelde restituties kunnen, zo nodig, door de Commissie op verzoek van een lidstaat of uit eigen beweging tussentijds worden gewijzigd.

De bepalingen van artikel 64 betreffende de daarin bedoelde producten zijn aanvullend van toepassing.

4. Restituties worden uitsluitend op aanvraag en na overlegging van het desbetreffende uitvoercertificaat toegekend.

5. Het bedrag van de restitutie bij uitvoer van de in artikel 1 genoemde producten is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, in geval van een gedifferentieerde restitutie, het bedrag dat op dezelfde dag geldt:

a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming of, in voorkomend geval;

b) voor de werkelijke bestemming, indien deze verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toepasselijke bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat voor de op het certificaat vermelde bestemming geldt.

Passende maatregelen mogen worden getroffen om te voorkomen dat van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet, misbruik wordt gemaakt.

6. Voor de in artikel 1 bedoelde producten waarvoor in het kader van voedselhulpacties restituties worden uitgekeerd, kan volgens de procedure van artikel 75 van het bepaalde in de leden 4 en 5 worden afgeweken.

7. De inachtneming van de volumelimieten die voortvloeien uit de overeenkomsten die in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag zijn gesloten, wordt gewaarborgd aan de hand van de uitvoercertificaten die worden afgegeven voor de daarin vermelde referentieperiodes voor de betrokken producten.

Wat de naleving betreft van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het kader van de handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten overeenkomsten, heeft het verstrijken van een referentieperiode geen gevolgen voor de geldigheid van de uitvoercertificaten.

8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met inbegrip van bepalingen betreffende de herverdeling van niet-toegewezen of niet-benutte hoeveelheden die voor uitvoer in aanmerking komen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 75.

Vorige artikelen

Volgende artikelen