Art. 59 Verordening (EG) nr. 1493/1999
Verordening (EG) nr. 1493/1999
1. Voor de invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 2, onder a) en b), genoemde producten moet een invoercertificaat worden overgelegd. Voor de invoer van de overige in artikel 1, lid 2, genoemde producten en voor de uitvoer van de in artikel 1, lid 2, genoemde producten kan de overlegging van een invoer-, respectievelijk uitvoercertificaat verplicht worden gesteld.
2. De certificaten worden, onverminderd de uitvoeringsbepalingen van de artikelen 62 en 63, door de lidstaten aan elke, daarom verzoekende belanghebbende, ongeacht diens plaats van vestiging in de Gemeenschap, afgegeven.
De certificaten zijn in de gehele Gemeenschap geldig.
De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid die moet waarborgen dat de verbintenis om tijdens de geldigheidsduur van het certificaat in, respectievelijk uit te voeren, wordt nagekomen en die, behoudens gevallen van overmacht, geheel of gedeeltelijk wordt verbeurd wanneer niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt in-, respectievelijk uitgevoerd.
3. Volgens de procedure van artikel 75 worden vastgesteld:
a) de lijst van producten waarvoor invoer- of uitvoercertificaten worden geëist;
b) de geldigheidsduur van de certificaten en andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel.