Art. 60 Verordening (EG) nr. 1493/1999
Verordening (EG) nr. 1493/1999
1. Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening gelden voor de in artikel 1, lid 2, genoemde producten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief.
2. Voor druivensap en druivenmost van GN-codes 2009 60 en 2204 30, waarvoor de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief afhankelijk is van de invoerprijs van het ingevoerde product, wordt de echtheid van deze prijs geverifieerd, hetzij door controle van elke partij, hetzij aan de hand van een forfaitaire waarde bij invoer, die door de Commissie wordt berekend op basis van de prijsnoteringen voor dezelfde producten in de landen van oorsprong.
Wanneer de opgegeven invoerprijs van de betrokken partij hoger is dan de forfaitaire waarde bij invoer, verhoogd met een overeenkomstig lid 3 vastgestelde marge die de forfaitaire waarde met niet meer dan 10 % mag overschrijden, moet een zekerheid worden gesteld die gelijk is aan de op basis van de forfaitaire waarde bij invoer vastgestelde invoerrechten.
Wanneer in het in de tweede alinea bedoelde geval de invoerprijs van de betrokken partij niet wordt opgegeven, is de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief afhankelijk van de forfaitaire waarde bij invoer of van de toepassing, onder overeenkomstig lid 3 te bepalen voorwaarden, van de desbetreffende bepalingen van de douanewetgeving.
3. Indien de in artikel 44, lid 15, bedoelde afwijkingen worden toegepast voor ingevoerde most, wordt voor druivenmost van GN-codes 2009 60 en 2204 30 op het ogenblik van de vrijgave voor het vrije verkeer door de importeurs een zekerheid gesteld bij de aangewezen douaneautoriteiten. De zekerheid is gelijk aan een nader te bepalen bedrag. De zekerheid wordt vrijgegeven wanneer de importeur ten genoegen van de douaneautoriteiten van de lidstaat van vrijgave voor het vrije verkeer bewijst dat de most tot druivensap is verwerkt, in andere producten buiten de wijnsector is gebruikt, of, indien hij tot wijn is verwerkt, naar behoren is geëtiketteerd.
4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 75. Deze bepalingen betreffen met name de vaststelling van de criteria om te bepalen welke controleregeling van toepassing is en welke factoren voor de berekening van de forfaitaire waarden bij invoer in aanmerking moeten worden genomen, alsook de grootte van de in lid 3 bedoelde zekerheid en de regels voor het vrijgeven van de zekerheid.