Art. 46 Verordening (EG) nr. 1493/1999

Verordening (EG) nr. 1493/1999

1. De uitvoeringsbepalingen van dit hoofdstuk en van de bijlagen IV en V worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 75.

Deze bepalingen betreffen met name:

a) wat bijlage V, punt A, betreft, de overgangsmaatregelen voor wijnen die vóór 1 september 1986 zijn geproduceerd en de wijzigingen van de lijsten van wijnen in punt 2;

b) wat de bijlagen IV en V betreft, de maxima en bepaalde voorwaarden voor het gebruik van de in die bijlagen bepaalde oenologische procédés en behandelingen, met uitzondering van in die bijlagen neergelegde berperkingen en voorwaarden;

c) de besluiten, uitzonderingen, afwijkingen, voorwaarden en lijsten bedoeld in dit hoofdstuk en in bijlage V;

d) de toepassing van bijlage V, punten C tot en met G, op producten die zijn geoogst in regio's van de Gemeenschap welke niet in de in bijlage III vermelde wijnbouwzones zijn genoemd; en

e) wat bijlage V, punt J, betreft, de in punt 2, onder b), en in punt 6 bedoelde lijsten, de in punt 4, onder b), bedoelde afwijkingen en de in punt 6 daarvan bedoelde aangifte- en registratieprocedure.

2. Volgens de procedure van artikel 75 worden de volgende bepalingen vastgesteld:

a) de regels voor de vergelijking van bepaalde in derde landen toegepaste oenologische procédés en behandelingen, en die welke zijn vermeld in artikel 43, lid 1, en bijlage IV;

b) de bepalingen inzake vermenging en versnijding van most en wijn;

c) de specificaties met betrekkig tot de zuiverheid en de identiteit van de bij de oenologische procédés te gebruiken stoffen;

d) administratieve voorschriften voor de uitvoering van de toegestane oenologische procédés en behandelingen; daarin kan worden bepaald dat sommige oenologische procédés en behandelingen slechts mogen worden toegepast onder toezicht van een door de lidstaat erkende persoon die voldoende deskundig is om de kwaliteit, de hygiëne en de gezondheid van het product te garanderen;

e) de voorwaarden voor het voorhanden hebben, het in het verkeer brengen en het gebruik van de producten als bedoeld in artikel 45, of lijsten van producten waarvoor de in dat artikel bepaalde eisen niet in acht behoeven te worden genomen, en de vaststelling van criteria om in individuele gevallen hardheid te voorkomen, de voorwaarden waarop de lidstaten het voorhanden hebben, in het verkeer brengen en gebruik van producten toestaan die niet aan de bepalingen van deze verordening, andere dan die bedoeld in artikel 45, lid 1, onder a), of niet aan de krachtens deze verordening vastgestelde bepalingen voldoen; en

f) de voorwaarden voor het experimenteel gebruik van anders niet-toegestane oenologische procédédes en behandelingen.

3. De analysemethoden waarmee de samenstelling van de onder deze verordening begrepen producten wordt bepaald en de voorschriften aan de hand waarvan kan worden bepaald of deze producten behandelingen hebben ondergaan die met de toegestane oenologische procédés strijdig zijn, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 75.

Volgens dezelfde procedure worden, zo nodig, maximumwaarden vastgesteld voor stoffen waarvan de aanwezigheid aangeeft dat bepaalde oenologische procédés zijn gebruikt evenals tabellen aan de hand waarvan de analytische gegevens kunnen worden vergeleken.

Wanneer evenwel voor de opsporing en de quantificering van stoffen waarnaar in het betrokken product wordt gezocht, niet in communautaire analysemethoden of in voorschriften als bedoeld in de eerste alinea is voorzien:

a) worden de analysemethoden gebruikt die door de algemene vergadering van het "Office international de la vigne et du vin" (OIV) zijn erkend en door het OIV zijn gepubliceerd; of

b) wordt, wanneer geen van de onder a) bedoelde analysemethoden passend is, een analysemethode gebruikt die voldoet aan de door de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) aanbevolen normen; of

c) wordt, wanneer een van de onder a) of b) bedoelde methoden ontbreekt, gelet op de nauwkeurigheid, de herhaalbaarheid en de reproduceerbaarheid ervan, een van de volgende methoden toegepast:

i) een door de betrokken lidstaat toegestane analysemethode, of

ii) indien nodig, een andere geschikte analysemethode.

Automatische analysemethodes die in plaats van een communautaire analysemethode worden gebruikt, worden geacht gelijkwaardig te zijn aan de in de eerste alinea bedoelde communautaire analysemethodes, mits volgens de procedure van artikel 75 wordt vastgesteld dat de verkregen resultaten, wat de nauwkeurigheid, de herhaalbaarheid en de reproduceerbaarheid ervan betreft, ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke met de overeenkomstige communautaire methode worden verkregen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen