Art. 42 Verordening (EG) nr. 1493/1999
Verordening (EG) nr. 1493/1999
1. Voor de bereiding van de onder deze verordening begrepen producten, behalve druivensap en geconcentreerd druivensap alsmede druivenmost en geconcentreerde druivenmost bestemd voor de vervaardiging van druivensap, worden toegestane communautaire oenologische procédés en behandelingen vastgesteld.
2. Toegestane oenologische procédés en behandelingen mogen slechts worden toegepast om een goede bereiding, een goede bewaring of een goede ontwikkeling van het product te waarborgen.
3. Van de toegestane oenologische procédés en behandelingen is de toevoeging van water uitgesloten, tenzij in gevallen waarin het een specifieke technische noodzaak is, en eveneens de toevoeging van alcohol, behalve voor druivenmost waarvan de gisting door de toevoeging van alcohol wordt gestuit, van likeurwijn, mousserende wijn, distillatiewijn en, onder nog vast te stellen voorwaarden, parelwijn.
4. De lidstaten kunnen met betrekking tot de oenologische procédés en behandelingen en de productspecificaties strengere voorwaarden stellen om het behoud van de wezenlijke kenmerken van v.q.p.r.d., van op hun grondgebied geproduceerde en met een geografische aanduiding omschreven tafelwijnen, van mousserende wijnen en van likeurwijnen te waarborgen. Zij delen deze voorwaarden aan de Commissie mee, die deze ter kennis van de andere lidstaten brengt.
5. Tenzij anders is besloten, mogen slechts druiven van rassen die in de overeenkomstig artikel 19 opgestelde indeling als wijndruivenras zijn ingedeeld, of daaruit verkregen producten, in de Gemeenschap worden gebruikt voor de bereiding van:
a) druivenmost waarvan de gisting door de toevoeging van alcohol is gestuit;
b) geconcentreerde druivenmost;
c) gerectificeerde geconcentreerde druivenmost;
d) wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt;
e) tafelwijn;
f) v.q.p.r.d.;
g) likeurwijn;
h) gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven;
i) wijn van overrijpe druiven.
6. Het versnijden van wijn die tot witte tafelwijn kan worden verwerkt of van witte tafelwijn met wijn die tot rode tafelwijn kan worden verwerkt of met rode tafelwijn, mag geen tafelwijn opleveren.
Deze bepaling belet echter in sommige nader te bepalen gevallen een dergelijke, als in de eerste alinea bedoelde, versnijding niet, mits het verkregen product de kenmerken van rode tafelwijn heeft.
In afwijking van de eerste alinea is een dergelijke versnijding tot en met 31 juli 2005 in gebieden waar dit van oudsher tot de praktijk behoorde, toegestaan overeenkomstig nog vast te stellen nadere bepalingen.