Art. 50 Verordening (EG) nr. 1493/1999
Verordening (EG) nr. 1493/1999
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de belanghebbende partijen in staat te stellen om, overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 23 en 24 van de Overeenkomst inzake handelsgerelateerde aspecten van intellectuele eigendom, te voorkomen dat in de Gemeenschap een geografische aanduiding voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde producten wordt gebruikt voor producten die niet van oorsprong zijn uit de plaats die met de betrokken geografische aanduiding wordt aangegeven, zelfs indien de werkelijke oorsprong van de goederen wordt vermeld of de geografische aanduiding in een vertaling wordt gebruikt of vergezeld gaat van uitdrukkingen als "soort", "type", "stijl", "imitatie" en dergelijke.
2. Voor de doeleinden van dit artikel wordt verstaan onder "geografische aanduiding", een aanduiding die aangeeft dat het product van oorsprong is uit het grondgebied van een derde land dat lid is van de Wereldhandelsorganisatie, of van een regio of plaats binnen dat grondgebied, wanneer een bepaalde kwaliteit, faam of enig ander kenmerk van het product hoofdzakelijk aan die geografische plaats van oorsprong kan worden toegeschreven.
3. De leden 1 en 2 zijn van toepassing ongeacht andere specifieke bepalingen van de communautaire wetgeving tot vaststelling van voorschriften inzake de aanduiding en de aanbiedingsvorm van de onder deze verordening begrepen producten.