Art. 44 Verordening (EG) nr. 1493/1999
Verordening (EG) nr. 1493/1999
1. Van de onder de GN-codes 2204 10, 2204 21 en 2204 29 begrepen producten mogen slechts likeurwijnen, mousserende wijnen, mousserende wijnen waaraan koolzuur is toegevoegd, parelwijnen, parelwijnen waaraan koolzuur is toegevoegd, v.q.p.r.d. en, in voorkomend geval, in afwijking van artikel 45, legaal ingevoerde wijnen en tafelwijnen, voor rechtstreekse menselijke consumptie in de Gemeenschap worden aangeboden, respectievelijk afgeleverd.
2. Met uitzondering van wijn in flessen waarvoor bewijs bestaat dat deze vóór 1 september 1971 is gebotteld, mag andere wijn dan v.q.p.r.d., die verkregen is van de in artikel 42, lid 5, bedoelde wijnstokrassen, maar niet beantwoordt aan de in bijlage I, punten 12 tot en met 18, vermelde definities, slechts voor consumptie door de individuele wijnproducent en diens gezin, voor de vervaardiging van wijnazijn of voor distillatie worden gebruikt.
3. In jaren waarin de weersomstandigheden ongunstig zijn geweest, kan worden besloten dat producten uit de wijnbouwzones A en B die niet het voor de betrokken wijnbouwzone vastgestelde minimum aan natuurlijk alcoholvolumegehalte bezitten, in de Gemeenschap voor de productie van mousserende wijn of mousserende wijn waaraan koolzuur is toegevoegd, mogen worden gebruikt, mits deze wijnen een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 8,5 % vol hebben, of voor de productie van parelwijn waaraan koolzuur is toegevoegd. In dat geval gelden ten aanzien van de verrijking de grenzen bedoeld in bijlage V, D, punt 5.
4. Onverminderd eventuele strengere bepalingen die de lidstaten voor de bereiding, op hun grondgebied, van niet onder de GN-codes 2204 10, 2204 21 en 2204 29 begrepen producten toepassen, mag druivenmost waarvan de gisting door toevoeging van alcohol is gestuit, slechts voor de bereiding van die producten worden gebruikt.
5. Druivensap en geconcentreerd druivensap van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet worden verwerkt tot noch worden toegevoegd aan wijn. Het gebruik van deze producten wordt gecontroleerd. Het is verboden deze producten op het grondgebied van de Gemeenschap tot alcoholische vergisting te brengen.
6. De leden 4 en 5 zijn niet van toepassing op producten die zijn bestemd voor de productie, in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland, van onder GN-code 2206 00 begrepen producten, waarvoor de lidstaten het gebruik van een samengestelde benaming waarin het woordt "wijn" voorkomt, mogen toestaan, overeenkomstig bijlage VII, punt C 2.
7. Wijn die kan worden verwerkt tot tafelwijn, die niet het minimale effectieve alcoholvolumegehalte voor tafelwijnen bereikt, mag niet in het verkeer worden gebracht behoudens voor de productie van mousserende wijn, voor azijnbereiding, voor distillatie of voor ander industrieel gebruik. Verrijking van die wijn en versnijding ervan met tafelwijn teneinde het effectieve alcoholvolumegehalte ervan tot het voor tafelwijn voorgeschreven peil te verhogen, mag slechts in de bedrijfsruimte van de wijnbereider of voor diens rekening geschieden.
8. Met uitzondering van alcohol, eau-de-vie en piquette, mogen wijn noch andere voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde dranken uit wijnmoer of druivendraf worden bereid.
9. Piquette, voorzover de vervaardiging ervan door de betrokken lidstaat wordt toegestaan, mag slechts voor distillatie of voor consumptie door de individuele wijnboer en diens gezin worden gebruikt.
10. Distillatiewijn mag alleen voor distillatie worden gebruikt.
11. Gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven mag slechts op de markt worden gebracht voor de vervaardiging van likeurwijnen in die wijnbouwgebieden waar dit gebruik op 1 januari 1985 van oudsher bestond, alsmede van wijn op basis van overrijpe druiven.
12. Druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, druivenmost waarvan de gisting door de toevoeging van alcohol is gestuit, druivensap en geconcentreerd druivensap, van oorsprong uit derde landen, mogen op het grondgebied van de Gemeenschap niet worden verwerkt tot noch worden toegevoegd aan wijn.
13. De in lid 12 genoemde producten mogen op het grondgebied van de Gemeenschap niet tot alcoholische vergisting worden gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op producten bestemd voor de productie in het Verenigd Koninkrijk en Ierland van producten van GN-code 2206 00 waarvoor de lidstaten overeenkomstig bijlage VII, punt C 2, het gebruik kunnen toestaan van een samengestelde benaming waarin het woord "wijn" voorkomt.
14. Het versnijden van wijn van oorsprong uit een derde land met een communautaire wijn en het versnijden, op het grondgebied van de Gemeenschap, van wijnen van oorsprong uit derde landen, is verboden.
15. De Raad kan van lid 12, lid 13, eerste zin, en lid 14 afwijken overeenkomstig de internationale verplichtingen van de Gemeenschap.