Art. 42 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Evaluatie halverwege de looptijd

Verordening (EG) nr. 1260/1999

1. De evaluatie halverwege de looptijd heeft betrekking op de eerste resultaten van de bijstandspakketten, de relevantie ervan en de manier waarop de doelstellingen worden verwezenlijkt en geschiedt met inachtneming van de evaluatie vooraf. Voorts worden het gebruik van de financiële middelen en het verloop van het toezicht en van de uitvoering beoordeeld.

2. De evaluatie halverwege de looptijd vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de beheersautoriteit, die daarbij samenwerkt met de Commissie en de lidstaat. De evaluatie wordt verricht voor elk communautair bestek en voor elk bijstandspakket. Zij wordt uitgevoerd door een onafhankelijke beoordelaar, overeenkomstig artikel 35, lid 3, voorgelegd aan het toezichtcomité voor het communautair bestek of voor het bijstandspakket, en vervolgens doorgaans drie jaar na de goedkeuring van het communautair bestek of van het bijstandspakket en uiterlijk op 31 december 2003 aan de Commissie gezonden met het oog op de herziening als bedoeld in artikel 14, lid 2.

3. De Commissie onderzoekt de relevantie en de kwaliteit van de evaluatie aan de hand van vooraf in onderling overleg door de Commissie en de lidstaat vastgestelde criteria, met het oog op de herziening van het bijstandspakket en de toewijzing van de in artikel 44 bedoelde reserve.

4. In aansluiting op de evaluatie halverwege de looptijd wordt voor elk communautair bestek en elk bijstandspakket een bijgewerkte versie opgesteld. Met het oog op de uitwerking van latere bijstandspakketten wordt de evaluatie uiterlijk op 31 december 2005 afgerond.