Art. 40 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Algemene bepalingen
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. Ter beoordeling van de doeltreffendheid van de structurele bijstandsverlening wordt de actie van de Gemeenschap aan een evaluatie vooraf, een evaluatie halverwege de looptijd en een evaluatie achteraf onderworpen, teneinde de impact ervan in het licht van de doelstellingen van artikel 1 te beoordelen en het effect op de specifieke structurele problemen te analyseren.
2. De doeltreffendheid van de actie van de fondsen wordt gemeten aan de hand van de volgende criteria:
a) de algehele impact van de acties op de in artikel 158 van het Verdrag genoemde doelstellingen, inzonderheid de versterking van de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap;
b) de impact van de in de plannen en de prioritaire zwaartepunten voorgestelde en binnen elk communautair bestek alsmede in elk bijstandspakket opgenomen prioriteiten.
3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie treffen adequate voorzieningen en verzamelen de benodigde gegevens voor een zo doeltreffend mogelijke evaluatie. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de verschillende elementen die het toezichtsysteem kan opleveren, zo nodig aangevuld met gegevens die de relevantie ervan vergroten.
Op initiatief van de lidstaten of van de Commissie - na kennisgeving aan de betrokken lidstaat - kunnen aanvullende, in voorkomend geval thematische, evaluaties worden verricht om ervaringen te identificeren die elders herhaald kunnen worden.
4. De resultaten van de evaluatie worden op verzoek ter beschikking van het publiek gesteld. Voor de resultaten van de in artikel 42 bedoelde evaluatie is daarvoor de toestemming van het toezichtcomité nodig, overeenkomstig de institutionele bepalingen van iedere lidstaat.
5. De werkwijze bij de evaluatie wordt nader omschreven in de communautaire bestekken en de bijstandspakketten.