Art. 10 Verordening (EG) nr. 1251/1999

Verordening (EG) nr. 1251/1999

1. Voor de verkoopseizoenen 2000/2001 en 2001/2002 worden de areaalbetalingen voor oliehoudende zaden berekend door vermenigvuldiging van de volgende bedragen met de in het regioplan voor de betrokken regio vastgestelde gemiddelde graanopbrengst:

- 81,74 EUR/t voor het verkoopseizoen 2000/2001;

- 72,37 EUR/t voor het verkoopseizoen 2001/2002.

De lidstaten kunnen de betalingen voor oliehoudende zaden echter ook blijven vaststellen op grond van de historische regionale opbrengst van oliehoudende zaden. In dat geval wordt de opbrengst met 1,95 vermenigvuldigd.

2. Voor de verkoopseizoenen 2000/2001 en 2001/2002 wordt voor gewasgebonden areaalbetalingen voor oliehoudende zaden een gegarandeerd maximumareaal van 5482000 hectare vastgesteld, verminderd met het voor het betrokken verkoopseizoen geldende percentage voor verplichte braaklegging doch met ten minste 10 % als dat percentage minder zou zijn. Bij overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal na de toepassing van artikel 2, verlaagt de Commissie de in lid 1 genoemde bedragen overeenkomstig de leden 3 en 4.

3. Als in een bepaald jaar de oppervlakte oliehoudende zaden waarvan reeds is bepaald dat ze voor gewasgebonden areaalbetalingen voor oliehoudende zaden in aanmerking komt, groter is dan het gegarandeerde maximumareaal, verlaagt de Commissie het basisbedrag voor dat jaar met 1 % per procentpunt waarmee het gegarandeerde maximumareaal overschreden is. Wanneer de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal een bepaald percentage overschrijdt, gelden bijzondere regels. Zolang het drempelpercentage niet overschreden wordt, is de verlaging van het bedrag in alle lidstaten gelijk. Boven het drempelpercentage worden extra verlagingen toegepast in die lidstaten die de nationale referentiearealen bedoeld in bijlage V verminderd met het in lid 4 bedoelde percentage overschreden hebben. Voor Duitsland kan de extra verlaging op verzoek van dat land echter in haar geheel, dan wel ten dele worden aangepast, naar gelang van het regionale basisareaal; wanneer van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, zendt Duitsland onverwijld de gegevens aan de Commissie toe waarvan gebruik is gemaakt om de toe te passen verlagingen te berekenen.

De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92, de hoogte en de verdeling van de toe te passen verlagingen vast, en zorgt er daarbij met name voor dat de gewogen gemiddelde verlaging voor de Gemeenschap als geheel overeenkomt met het percentage waarmee het gegarandeerde maximumareaal overschreden is.

4. De in lid 3 bedoelde drempel is 0 %.

5. Als de areaalbetaling voor oliehoudende zaden overeenkomstig de leden 3 en 4 wordt verlaagd, vermindert de Commissie de betrokken basisbedragen voor het volgende verkoopseizoen met hetzelfde percentage tenzij het gegarandeerde maximumareaal in dat verkoopseizoen niet wordt overschreden, in welk geval de Commissie kan bepalen dat de verlaging niet wordt toegepast.

6. Als het gegarandeerde maximumareaal voor de Gemeenschap in het verkoopseizoen 2000/2001 wordt overschreden, wordt het betrokken basisbedrag door de Commissie voor het verkoopseizoen 2000/2001 verminderd met hetzelfde percentage waarmee de regionale referentiebedragen in het verkoopseizeon 1999/2000 zijn verlaagd.

7. Onverminderd de bepalingen van dit artikel kunnen de lidstaten waar het in bijlage V vastgestelde referentieareaal tijdens het volgende verkoopseizoen in aanzienlijke mate dreigt te worden overschreden, een maximum vaststellen voor het areaal waarvoor afzonderlijke producenten de in dit artikel bedoelde areaalbetalingen voor oliehoudende zaden kunnen ontvangen. Dit maximum moet worden berekend als een percentage van het voor de areaalbetalingen van deze verordening in aanmerking komende areaal ofwel van de lidstaat ofwel van een regionaal basisareaal en worden toegepast in verhouding tot het in aanmerking komende areaal van de producent. Dit maximum kan naar gelang van de regionale basisarealen of subbasisarealen aan de hand van objectieve criteria worden gedifferentieerd. De lidstaten maken een dergelijk maximum bekend op uiterlijk 1 augustus van het verkoopseizoen dat voorafgaat aan het verkoopseizoen uit hoofde waarvan de areaalbetaling wordt aangevraagd of op een eerder tijdstip in het geval van een lidstaat of van regio's in een lidstaat waar het inzaaien voor het betrokken verkoopseizoen vóór 1 augustus plaatsvindt.

8. De vermindering ingevolge de overschrijding, toegepast overeenkomstig dit artikel, kan niet leiden tot een bedrag lager dan:

- 58,67 EUR/t voor het verkoopseizoen 2000/2001,

- 63,00 EUR/t voor het verkoopseizoen 2001/2002.

9. Producenten van zonnebloempitten voor menselijke consumptie ("confectionary sunflower seed") die zijn ingezaaid om te worden geoogst, worden van de in dit artikel bedoelde steunregeling uitgesloten.

10. Uiterlijk twee jaar na de toepassing van dit artikel, brengt de Commissie aan de Raad verslag uit over de ontwikkelingen op de markt voor oliehoudende zaden. Zo nodig gaat dat verslag vergezeld van passende voorstellen mocht het productiepotentieel in ernstige mate afnemen.