Art. 9 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Voor het verlenen van een restitutie bij uitvoer over zee gelden de volgende bijzondere bepalingen.
a) Wanneer het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat als bewijs geldt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, door de bevoegde instanties is geviseerd, mogen, behoudens overmacht, de betrokken producten in geval van overlading niet meer dan 28 dagen in een of meer andere in dezelfde lidstaat of een andere lidstaat gelegen havens blijven. Deze termijn geldt niet wanneer de betrokken producten de laatste haven in het douanegebied van de Gemeenschap binnen de oorspronkelijke termijn van 60 dagen hebben verlaten.
b) De restitutie wordt pas betaald nadat
- de exporteur heeft verklaard dat de producten niet in een andere haven van de Gemeenschap worden overgeladen
of
- aan het betaalorgaan het bewijs is overgelegd dat aan het bepaalde onder a) is voldaan. Dit bewijs omvat met name het document of de documenten - of een kopie of fotokopie daarvan - betreffende het vervoer vanaf de eerste haven waar de onder a) genoemde documenten zijn geviseerd tot in het derde land waar de betrokken producten moeten worden gelost.
De in het eerste streepje bedoelde verklaringen worden door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd. Daarbij wordt overlegging van de in het tweede streepje bedoelde bewijzen geëist.
Bij uitvoer met een schip dat, zonder aan te leggen in een andere haven van de Gemeenschap, een rechtstreekse dienst met een haven in een derde land onderhoudt, mogen de lidstaten voor de toepassing van het eerste streepje een vereenvoudigde procedure toepassen.
c) In plaats van de onder b) bedoelde voorwaarden kan de lidstaat van uitgang voorschrijven dat het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat als bewijs geldt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, pas wordt geviseerd na overlegging van een vervoersdocument waarop een eindbestemming is vermeld die buiten het douanegebied van de Gemeenschap ligt.
In dat geval wordt door de bevoegde instantie van de lidstaat van uitgang op het controle-exemplaar T5 in het vak "Controle van het gebruik en/of de bestemming" bij "Opmerkingen", of onder de overeenkomstige rubriek op het nationale document, een van de onderstaande vermeldingen aangebracht:
- Documento de transporte con destino fuera de la CE presentado,
- Transportdokument med destination uden for EF forelagt,
- Beförderungspapier mit Bestimmung außerhalb der EG wurde vorgelegt,
- Υποβαλλόμενο έγγραφο μεταφοράς με προορισμό εκτός ΕΚ
- Transport document showing a destination outside the Community has been presented,
- Document de transport avec destination hors CE présenté,
- Documento di trasporto con destinazione fuori CE presentato,
- Vervoerdocument voor bestemming buiten EG voorgelegd,
- Documento de transporte com destino fora da CE apresentado,
- Kuljetusasiakirja, jossa ilmoitetaan yhteisön tullialueen ulkopuolinen määräpaikka, on esitetty,
- Transportdokument med slutlig destination utanför gemenskapens tullområde har lagts fram.
De toepassing van de bepalingen van dit punt wordt door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd.
d) Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de onder a) genoemde voorwaarden is voldaan, geldt voor de toepassing van de artikelen 35 en 50 het aantal dagen waarmee de termijn van 28 dagen is overschreden, als het aantal dagen waarmee de in de artikelen 7 en 34 bedoelde termijn is overschreden.
Bij overschrijding van de termijn van 60 dagen als bedoeld in artikel 7, lid 1, en van de termijn van 28 dagen als bedoeld onder a), wordt voor de berekening van het bedrag van de vermindering van de restitutie of van het verbeurde gedeelte van de zekerheid het voor de grootste overschrijding geldende bedrag aangehouden.
2. Voor het verlenen van een restitutie bij uitvoer over de weg, over de binnenwateren of per spoor gelden de volgende bijzondere bepalingen:
a) Wanneer het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat geldt als bewijs dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, door de bevoegde instanties is geviseerd, mogen de betrokken producten, behoudens overmacht, slechts in het kader van de doorvoerhandel, en voor ten hoogste 28 dagen, weer in dit douanegebied worden binnengebracht. Deze termijn geldt niet wanneer de betrokken producten het douanegebied van de Gemeenschap definitief hebben verlaten binnen de oorspronkelijke termijn van 60 dagen.
b) De toepassing van de onder a) vastgestelde bepalingen wordt door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd. Daartoe wordt overlegging geëist van de documenten betreffende het vervoer tot in het derde land waar de betrokken producten moeten worden gelost.
Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de onder a) genoemde voorwaarden is voldaan, geldt voor de toepassing van de artikelen 35 en 50 het aantal dagen waarmee de termijn van 28 dagen is overschreden, als het aantal dagen waarmee de in de artikelen 7 en 34 bedoelde termijn is overschreden.
Bij overschrijding van de termijn van 60 dagen als bedoeld in artikel 7, lid 1, en van de termijn van 28 dagen als bedoeld onder a), wordt voor de berekening van het bedrag van de vermindering van de restitutie of van het verbeurde gedeelte van de zekerheid het voor de grootste overschrijding geldende bedrag aangehouden.
3. Voor het verlenen van een restitutie bij uitvoer door de lucht, gelden de volgende bijzondere bepalingen:
a) Het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat als bewijs geldt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, mag door de bevoegde instanties pas worden geviseerd na overlegging van een vervoersdocument waarop een eindbestemming is vermeld die buiten het douanegebied van de Gemeenschap ligt.
b) Ingeval na het vervullen van de onder a) genoemde formaliteiten wordt vastgesteld dat de producten bij overlading gedurende meer dan 28 dagen in een of meer andere luchthavens binnen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verbleven, geldt, behoudens overmacht, voor de toepassing van de artikelen 35 en 50 het aantal dagen waarmee de termijn van 28 dagen is overschreden, als het aantal dagen waarmee de in de artikelen 7 en 34 bedoelde termijn is overschreden.
Bij overschrijding van de termijn van 60 dagen als bedoeld in artikel 7, lid 1, en van de in dit punt bedoelde termijn van 28 dagen, wordt voor de berekening van het bedrag van de vermindering van de restitutie of van het verbeurde gedeelte van de zekerheid het voor de grootste overschrijding geldende bedrag aangehouden.
c) De toepassing van de in dit lid vastgestelde bepalingen wordt door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd.
d) De onder b) bedoelde termijn van 28 dagen geldt niet wanneer de betrokken producten het douanegebied van de Gemeenschap binnen de oorspronkelijke termijn van 60 dagen definitief hebben verlaten.