Art. 51 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Wanneer wordt vastgesteld dat een exporteur, in het kader van het toekennen van restitutie, een hogere uitvoerrestitutie heeft gevraagd dan de geldende, is de verschuldigde restitutie voor de betreffende uitvoer gelijk aan de voor de werkelijke uitvoer geldende restitutie, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan:
a) de helft van het verschil tussen de gevraagde restitutie en de geldende restitutie voor het daadwerkelijk uitgevoerde product;
b) het dubbele van het verschil tussen de gevraagde restitutie en de geldende restitutie, indien de exporteur opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt.
2. Als gevraagde restitutie wordt beschouwd het bedrag dat is berekend aan de hand van de op grond van artikel 5 of van artikel 26, lid 2, verstrekte gegevens. Wanneer de restitutievoet verschilt naar gelang van de bestemming, wordt het gedifferentieerde gedeelte van de gevraagde restitutie berekend aan de hand van de op grond van artikel 49 verstrekte gegevens over hoeveelheid, gewicht en bestemming.
3. De in lid 1, onder a), bedoelde sanctie wordt niet toegepast:
a) in geval van overmacht;
b) in uitzonderlijke gevallen waarin de exporteur vaststelt dat de gevraagde restitutie te hoog is en hij dit op eigen initiatief onmiddellijk en schriftelijk aan de bevoegde autoriteiten meldt, tenzij de bevoegde autoriteiten zelf de exporteur ervan in kennis hebben gesteld dat zij voornemens zijn diens aanvraag te onderzoeken of de exporteur langs een andere weg kennis heeft gekregen van dit voornemen of de bevoegde autoriteiten reeds de onregelmatigheid van de gevraagde restitutie hebben vastgesteld;
c) indien het duidelijk gaat om een vergissing wat de gevraagde restitutie betreft en de bevoegde autoriteit dat heeft erkend;
d) indien de restitutieaanvraag is ingediend overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1222/94, en met name in artikel 3, lid 2, van die verordening, en de restitutie is berekend op basis van de gemiddelde hoeveelheden die in een gegeven periode zijn gebruikt;
e) in geval van aanpassingen van het gewicht voor zover de gewichtsafwijking aan een verschil in de toegepaste weegmethode is toe te schrijven.
4. Indien de in lid 1, onder a) of b), bedoelde vermindering een negatief bedrag oplevert, is dit negatieve bedrag verschuldigd door de exporteur.
5. Wanneer de bevoegde autoriteiten vaststellen dat de gevraagde restitutie onjuist was en de uitvoer niet is geschied, zodat vermindering van de restitutie niet mogelijk is, betaalt de exporteur een bedrag dat gelijk is aan het in lid 1, onder a), respectievelijk b), bedoelde sanctiebedrag dat van toepassing zou zijn indien de uitvoer zou hebben plaatsgevonden. Wanneer de restitutievoet varieert naar gelang van de bestemming, wordt, tenzij het om een verplichte bestemming gaat, voor de berekening van de gevraagde restitutie en van de toe te passen restitutie de laagste positieve voet of de voet die overeenkomt met de overeenkomstig artikel 24, lid 2, of artikel 26, lid 4, vermelde bestemming, indien die hoger is, in aanmerking genomen.
6. De in de leden 4 en 5 bedoelde bedragen moeten binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling worden voldaan. Indien deze betalingstermijn niet in acht wordt genomen, betaalt de exporteur over de periode die 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling aanvangt en eindigt op de dag vóór die waarop het gevraagde bedrag wordt betaald, een rente die aan de hand van de in artikel 52, lid 1, bedoelde rentevoet wordt berekend.
7. De sancties worden niet toegepast wanneer alleen wegens de toepassing van artikel 4, lid 2, artikel 18, lid 3, artikel 35, lid 2, en/of artikel 50 de gevraagde restitutie hoger is dan de geldende restitutie.
8. De sancties gelden onverminderd de eventueel door de lidstaat opgelegde aanvullende sancties.
9. De lidstaten mogen afzien van de toepassing van sancties die 60 EUR of minder per aangifte ten uitvoer bedragen.
10. Indien het in de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte vermelde product niet door het certificaat wordt gedekt, is geen restitutie verschuldigd en is het bepaalde in lid 1 niet van toepassing.
11. Indien de restitutie vooraf is vastgesteld, wordt de sanctie berekend op basis van de restitutievoeten die golden op de dag waarop de certificaataanvraag werd ingediend, zonder rekening te houden met het verlies van de restitutie ingevolge artikel 4, lid 1, of de vermindering van de restitutie ingevolge artikel 4, lid 2, of artikel 18, lid 3. Zo nodig worden deze restitutievoeten op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte aangepast.