Art. 52

1. Onverminderd de verplichting tot betaling van het negatieve bedrag als bedoeld in artikel 51, lid 4, is de begunstigde verplicht, indien een restitutie ten onrechte is betaald, de ten onrechte ontvangen bedragen terug te betalen, waaronder begrepen de overeenkomstig artikel 51, lid 1, geldende sanctiebedragen, vermeerderd met een rente over het tussen de betaling en de terugbetaling verstreken tijdvak. Indien evenwel:

a) de terugbetaling door een nog niet vrijgegeven zekerheid wordt gewaarborgd, geldt het verbeuren van de zekerheid overeenkomstig artikel 25, lid 1, of artikel 35, lid 1, als teruggave van de verschuldigde bedragen;

b) de zekerheid reeds is vrijgegeven, betaalt de begunstigde het bedrag van de zekerheid die zou zijn verbeurd, vermeerderd met de rente over de periode vanaf het vrijgeven van de zekerheid tot en met de dag voorafgaande aan die van de betaling.

De bedragen moeten binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling worden betaald.

Wanneer om terugbetaling wordt gevraagd, mag de lidstaat voor de berekening van de rente het tijdstip van betaling op de 20e dag na de datum van de aanvraag stellen.

De toe te passen rentevoet wordt vastgesteld overeenkomstig het nationale recht; de rentevoet mag evenwel niet lager zijn dan die welke wordt toegepast voor terugvorderingen van bedragen in het kader van nationale regelingen.

Wanneer betalingen ten onrechte zijn gedaan als gevolg van een vergissing van de bevoegde autoriteit, is geen rente verschuldigd of wordt hooguit een door de lidstaat vast te stellen bedrag betaald dat met het ten onrechte behaalde voordeel overeenkomt.

Wanneer de restitutie is betaald aan een cessionaris, zijn de exporteur en de cessionaris voor de terugbetaling van de ten onrechte uitgekeerde bedragen en van de ten onrechte vrijgegeven zekerheden alsmede voor de betaling van de desbetreffende rente, die met die specifieke uitvoertransactie verband houden, gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk. De aansprakelijkheid van de cessionaris is evenwel beperkt tot het aan hem uitgekeerde bedrag, vermeerderd met de rente op dat bedrag.

2. De terugbetaalde bedragen, de bedragen berekend overeenkomstig artikel 51, leden 4 en 5, en de geïnde rente worden aan de betaalorganen overgemaakt en door deze in mindering gebracht op de uitgaven van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), onverminderd het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 595/91 van de Raad(39).

Indien de betalingstermijn niet in acht wordt genomen, kunnen de lidstaten, in plaats van terugbetaling te eisen, besluiten dat de ten onrechte uitgekeerde bedragen, de ten onrechte vrijgegeven zekerheden en de rente die is verschuldigd tot de dag van de verrekening, op latere betalingen aan de betrokken exporteur in mindering worden gebracht.

De tweede alinea geldt eveneens voor het op grond van artikel 51, leden 4 en 5, te betalen bedrag.

3. Onverminderd de in artikel 51, lid 9, bedoelde mogelijkheid om af te zien van de toepassing van sancties voor kleine bedragen, mogen de lidstaten afzien van terugvordering van ten onrechte uitgekeerde bedragen, ten onrechte vrijgegeven zekerheden, verschuldigde rente en op grond van artikel 51, lid 4, verschuldigde bedragen, indien het totaal van deze bedragen niet hoger is dan 60 EUR per aangifte ten uitvoer, voorzover hun nationale wetgeving bepaalt dat in soortgelijke gevallen dergelijke bedragen niet worden teruggevorderd.

4. De in lid 1 bedoelde verplichting tot terugbetaling is niet van toepassing:

a) indien de betaling is verricht als gevolg van een fout van de bevoegde autoriteiten zelf van de lidstaten of van een andere betrokken autoriteit, en indien de begunstigde de fout redelijkerwijs niet kon ontdekken en hij zijnerzijds te goeder trouw heeft gehandeld, of

b) indien tussen de dag waarop het definitieve besluit tot toekenning van de restitutie ter kennis van de begunstigde is gebracht, en de dag waarop een nationale of communautaire autoriteit de begunstigde voor het eerst heeft ingelicht over het feit dat de betrokken betaling niet verschuldigd was, meer dan vier jaar is verstreken. Deze bepaling is alleen van toepassing indien de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.

De begunstigde is verantwoordelijk voor de door derden gestelde handelingen die rechtstreeks of zijdelings betrekking hebben op de voor de betaling van de restitutie nodige formaliteiten, met inbegrip van de handelingen van de op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde firma's.

Het bepaalde in dit lid geldt niet voor voorschotten op restituties. Indien als gevolg van de toepassing van dit lid niet behoeft te worden terugbetaald, is de in artikel 51, lid 1, onder a), bedoelde administratieve sanctie niet van toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen