Art. 28 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Voor de uit basisproducten verkregen verwerkte producten of goederen wordt met het oog op de betaling van het voorschot de restitutie berekend op grond van de verificatie van de betalingsaangifte in samenhang met het eventuele onderzoek van de basisproducten.
2. Lid 1 vormt geen beletsel voor een door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat op een later tijdstip uit te voeren controle, noch voor de consequenties die daaraan op grond van de geldende bepalingen kunnen worden verbonden.
3. De basisproducten moeten in hun geheel of gedeeltelijk deel uitmaken van de uitgevoerde verwerkte producten of goederen.
De in bulk opgeslagen basisproducten kunnen evenwel, wanneer de bevoegde autoriteiten dit toestaan, volledig of gedeeltelijk worden vervangen door equivalente basisproducten van dezelfde achtcijferige onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur, van dezelfde handelskwaliteit, die dezelfde technische kenmerken hebben en die aan de voorwaarden voor de toekenning van de uitvoerrestitutie beantwoorden, voorzover bovendien de equivalente basisproducten onder douanetoezicht zijn geplaatst.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven de bedoelde toestemming slechts als er voor hen voldoende garanties zijn dat voor de gehele transactie aan de volgende voorwaarden zal worden voldaan:
- de exporteur deelt het bevoegde douanekantoor waar de betalingsaangifte is ingediend vooraf mee dat hij van plan is equivalentie aan te vragen en vermeldt expliciet waar de betrokken opslag- en verwerkingsplaatsen zich precies bevinden;
- de voorraadboekhouding van de exporteur wordt continu bijgehouden en moet een globale controle mogelijk maken, zowel administratief als fysiek, op de totale hoeveelheid basisproducten of verwerkte producten die zich daadwerkelijk ter plaatse bevinden, alsmede op hun specifieke status. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder status de situatie verstaan waarin de producten zich bevinden, namelijk hetzij in het vrije verkeer, hetzij onder een douaneregeling vallend, hetzij onder de in artikel 26 bedoelde voorfinancieringsregeling vallend, hetzij onder de in de artikelen 5 en 32 bedoelde uitvoerregeling vallend;
- gegarandeerd wordt dat de controle op de identiteit, de handelskwaliteit en de technische kenmerken van de basisproducten wordt uitgevoerd vanaf de datum waarop de betalingsaangifte wordt aanvaard tot het in artikel 34, lid 1, bedoelde tijdstip;
Wanneer de equivalente basisproducten worden opgeslagen op plaatsen waarvoor een ander douanekantoor bevoegd is, stelt het douanekantoor waar de betalingsaangifte is ingediend het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de equivalente producten zich bevinden schriftelijk in kennis van alle relevante informatie, en met name van de hoeveelheid product die wordt verwerkt, de handelskwaliteit en de technische kenmerken, en de verwerking of verwerkingen die zal of zullen plaatsvinden.
4. Het in lid 3 bepaalde is van toepassing op basisproducten, maar kan ook worden toegepast op in bulk opgeslagen tussenproducten die zijn vervangen door equivalente tussenproducten.
5. Het equivalentiestelsel is niet van toepassing op producten uit interventievoorraden die bestemd zijn voor uitvoer onder het in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3002/92 genoemde controlestelsel.
6. De termijn gedurende welke de basisproducten met het oog op verwerking ervan onder douanecontrole kunnen blijven, is zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de betalingsaangifte wordt aanvaard.
Wanneer bij de uitvoer een uitvoercertificaat moet worden overgelegd of wanneer een voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, is de termijn evenwel gelijk aan de resterende geldigheidsduur van het certificaat.
ln de gevallen waarin voor de uitvoer een certificaat wordt overgelegd waarvan de resterende geldigheidsduur:
- korter dan drie maanden is, wordt de termijn tot drie maanden verlengd;
- langer dan één jaar is, wordt de termijn tot één jaar beperkt.