Art. 11 Richtlijn 1999/36/EG, Vrijwaringsclausule
1. Wanneer een lidstaat vaststelt dat behoorlijk onderhouden en voor haar gebruiksdoel gebruikte vervoerbare drukapparatuur die voorzien is van een markering, desondanks tijdens het vervoer en/of gebruik de gezondheid en/of veiligheid van personen en, in voorkomend geval, van huisdieren of goederen in gevaar dreigt te brengen, kan hij het in de handel brengen, het vervoer of het gebruik van deze apparatuur beperken of verbieden, dan wel maatregelen nemen om deze apparatuur uit de handel of uit het verkeer te nemen. Hij stelt de Commissie onmiddellijk van die maatregel en van de redenen van zijn besluit in kennis.
2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Wanneer de Commissie na dit overleg vaststelt dat de maatregel gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaat die de maatregel heeft genomen, en de overige lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.
Wanneer de Commissie na het overleg vaststelt dat de maatregel niet gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaat die de maatregel heeft genomen, alsook de eigenaar, zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of de houder, de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan onmiddellijk in kennis.
3. Wanneer vervoerbare drukapparatuur die niet in overeenstemming is, de in artikel 10 bedoelde markering draagt, neemt de bevoegde lidstaat passende maatregelen tegen degene die de markering heeft aangebracht, en stelt hij de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis.
4. De Commissie zorgt ervoor dat de lidstaten op de hoogte worden gehouden van het verloop en de resultaten van deze procedure.