Art. 12 Richtlijn 1999/36/EG, Ten onrechte aangebrachte markering
Onverminderd artikel 11 is, wanneer een lidstaat vaststelt dat de markering van overeenstemming als omschreven in bijlage VII ten onrechte is aangebracht, de eigenaar, zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of de houder, de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde verplicht onder de door deze lidstaat gestelde voorwaarden de vervoerbare drukapparatuur in overeenstemming te brengen met de voorschriften inzake markering, en aan de overtreding een einde te maken.
Indien het gebrek aan overeenstemming blijft bestaan, stelt de lidstaat de Commissie daarvan onverwijld in kennis en neemt hij overeenkomstig de procedure van artikel 11 alle passende maatregelen nemen om het in de handel brengen, het vervoer of het gebruik van de betrokken apparatuur te beperken of te verbieden, dan wel ervoor te zorgen dat zij uit de handel of uit het verkeer wordt genomen.