Art. 10 Richtlijn 1999/36/EG, Markering
1. Onverminderd de in de Richtlijnen 94/55/EG en 96/49/EG vervatte voorschriften voor de markering van recipiënten en tanks moet op recipiënten en tanks die voldoen aan artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, een markering zijn aangebracht overeenkomstig bijlage IV, deel I. De te gebruiken markering staat afgebeeld in bijlage VII. De markering wordt onuitwisbaar en zichtbaar aangebracht en gaat vergezeld van het identificatienummer van de aangemelde instantie die de recipiënten en tanks aan de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure heeft onderworpen. In geval van hernieuwde beoordeling gaat deze markering vergezeld van het identificatienummer van de aangemelde of erkende betrokken instantie.
Bij vervoerbare drukapparatuur die voldoet aan artikel 7, lid 2, wordt het identificatienummer van de aangemelde of erkende instantie gevolgd door de vermelding: "- 40 °C".
2. Op nieuwe kranen en nieuw ander toebehoren, rechtstreeks dienend voor de veiligheid, moet de in bijlage VII of de in bijlage VI bij Richtlijn 97/23/EG bedoelde markering zijn aangebracht. Deze markering hoeft niet verplicht vergezeld te gaan van het identificatienummer van de aangemelde instantie die de overeenstemmingsbeoordeling van de kranen en ander toebehoren gebruikt voor het vervoer, heeft uitgevoerd.
Voor de andere kranen en toebehoren gelden geen specifieke vereisten inzake markering.
3. Onverminderd de in de Richtlijnen 94/55/EG en 96/49/EG vervatte voorschriften voor de markering van recipiënten en tanks moet ten behoeve van de periodieke keuring op alle vervoerbare drukapparatuur als bedoeld in artikel 6, lid 1, het identificatienummer van de instantie die de periodieke keuring van de apparatuur heeft uitgevoerd, worden aangebracht, teneinde aan te geven dat de apparatuur verder kan worden gebruikt.
Op gasflessen die onder het toepassingsgebied van de Richtlijnen 84/525/EEG, 84/526/EEG en 84/527/EEG vallen, moet bij de eerste periodieke keuring die overeenkomstig deze richtlijn wordt verricht, bovenbedoeld identificatienummer worden aangebracht, voorafgegaan door de in bijlage VII afgebeelde communautaire markering.
4. Zowel bij de overeenstemmingsbeoordeling als bij de hernieuwde beoordeling en de periodieke keuringen wordt het identificatienummer van de aangemelde of erkende instantie onder haar verantwoordelijkheid onuitwisbaar en zichtbaar aangebracht, hetzij door de instantie zelf, hetzij door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, de eigenaar, zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of door de houder.
5. Het aanbrengen op vervoerbare drukapparatuur van markeringen die derden kunnen misleiden wat betreft de betekenis of de grafische voorstelling van de in deze richtlijn vermelde markering, is verboden. Op de apparatuur mogen wel andere markeringen worden aangebracht, mits die de zichtbaarheid en leesbaarheid van de in bijlage VII omschreven markering niet verminderen.