Art. 3 Richtlijn 1999/32/EG, Maximumzwavelgehalte van zware stookolie
1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat met ingang van 1 januari 2003 op hun grondgebied geen zware stookolie wordt gebruikt met een zwavelgehalte van meer dan 1,00 massaprocent.
2. Op voorwaarde dat voldaan is aan de luchtkwaliteitsnormen voor zwaveldioxide zoals vastgesteld in Richtlijn 80/779/EEG van de Raad(10) of in een Gemeenschapsbesluit waarbij deze normen worden ingetrokken en vervangen, alsmede in andere desbetreffende Gemeenschapsvoorschriften, en de emissies niet bijdragen tot overschrijding van de desbetreffende kritische belasting in een andere lidstaat, mag een lidstaat op zijn gehele grondgebied of een deel daarvan het gebruik van zware stookolie met een zwavelgehalte tussen 1,00 en 3,00 massaprocent toestaan. Die toestemming geldt slechts zolang de emissies van een lidstaat niet bijdragen tot overschrijding van kritische belastingswaarden in een andere lidstaat.
3. i) Behoudens passende emissiecontroles door de bevoegde instanties zijn de leden 1 en 2 niet van toepassing op zware stookolie die wordt gebruikt
a) in stookinstallaties die onder Richtlijn 88/609/EEG vallen en overeenkomstig de definitie van artikel 2, punt 9, van die richtlijn worden beschouwd als nieuwe installaties en voldoen aan de grenswaarden voor zwaveldioxide-emissies voor dergelijke installaties, zoals bepaald in artikel 4 en in bijlage IV van die richtlijn,
b) in andere stookinstallaties die niet onder punt a) vallen, indien de zwaveldioxide-emissies van de installatie ten hoogste 1700 mg/Nm3 bedragen bij een rookgaszuurstofgehalte van 3 volumeprocent op droge basis,
c) voor verbranding in raffinaderijen, indien de gemiddelde maandelijkse zwaveldioxide-emissie van alle installaties in de raffinaderij (behalve stookinstallaties die onder punt a) vallen), ongeacht de gebruikte brandstofsoort of brandstofcombinatie, beneden een door iedere lidstaat vast te stellen grens van ten hoogste 1700 mg/Nm3 ligt.
ii) De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat stookinstallaties die zware stookolie met een hoger dan het in lid 1 genoemde zwavelgehalte gebruiken, niet worden geëxploiteerd zonder een door een bevoegde instantie afgegeven vergunning waarin de emissiegrenswaarden zijn aangegeven.
4. De bepalingen van lid 3 worden opnieuw bezien en zo nodig herzien in het kader van toekomstige herzieningen van Richtlijn 88/609/EEG.
5. Wanneer een lidstaat gebruik maakt van de in lid 2 bedoelde mogelijkheid, stelt hij de Commissie en het publiek daarvan ten minste twaalf maanden van tevoren in kennis. Aan de Commissie wordt voldoende informatie verschaft zodat zij kan nagaan of aan de in lid 2 bedoelde criteria is voldaan. De Commissie licht de overige lidstaten in.
Binnen zes maanden na de datum waarop zij de informatie van de lidstaat heeft ontvangen, onderzoekt de Commissie de voorgenomen maatregelen en neemt zij overeenkomstig de procedure van artikel 9 een besluit, dat zij aan de lidstaten meedeelt. Dit besluit wordt om de acht jaar opnieuw bezien op basis van informatie die de betrokken lidstaten overeenkomstig de procedure van artikel 9 aan de Commissie moeten verstrekken.