Art. 1 Richtlijn 1999/32/EG, Doel en werkingssfeer

Richtlijn 1999/32/EG

1. Doel van deze richtlijn is de emissies van zwaveldioxide ten gevolge van de verbranding van bepaalde soorten vloeibare brandstoffen te verminderen en aldus de schadelijke effecten van dergelijke emissies op mens en milieu terug te dringen.

2. De emissies van zwaveldioxide bij de verbranding van bepaalde vloeibare uit aardolie verkregen brandstoffen worden verminderd door grenswaarden vast te stellen voor het zwavelgehalte van die brandstoffen als voorwaarde voor het gebruik ervan op het grondgebied van de lidstaten.

De bij deze richtlijn vastgestelde verlaging van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare, uit aardolie verkregen brandstoffen is evenwel niet van toepassing op:

a) - uit aardolie verkregen vloeibare brandstoffen die door zeeschepen worden gebruikt, met uitzondering van brandstoffen die onder de definitie van artikel 2, punt 3, vallen; en

- gasolie voor de zeescheepvaart die gebruikt wordt door schepen die een grens tussen een derde land en een lidstaat overschrijden;

b) brandstoffen die bestemd zijn om vóór hun definitieve verbranding nog een processtap te ondergaan;

c) brandstoffen die in de raffinage-industrie worden verwerkt.