Art. 7 Richtlijn 1999/32/EG, Rapportage en herziening
1. Op basis van de overeenkomstig artikel 6 verrichte monsterneming en analyse dienen de lidstaten jaarlijks vóór 30 juni bij de Commissie een kort verslag in over het zwavelgehalte van de onder deze richtlijn vallende vloeibare brandstoffen die gedurende het voorgaande kalenderjaar op hun grondgebied zijn gebruikt. Dat verslag bevat een overzicht van de ingevolge artikel 3, lid 3, toegestane uitzonderingen.
2. Op basis van onder meer het overeenkomstig lid 1 jaarlijks in te dienen verslag en de waargenomen ontwikkelingen in de luchtkwaliteit en de verzuring, dient de Commissie uiterlijk op 31 december 2006 bij het Europees Parlement en de Raad een rapport in. De Commissie kan dat rapport aanvullen met voorstellen tot herziening van deze richtlijn en met name de voor elke brandstofcategorie vastgestelde grenswaarden en de krachtens artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4, leden 2 en 3, toegestane uitzonderingen en ontheffingen.
3. De Commissie gaat na welke maatregelen genomen kunnen worden voor het verminderen van de bijdrage van de verbranding van andere dan de in artikel 2, punt 3, genoemde mariene brandstoffen tot de verzuring en dient zo nodig voor eind 2000 een voorstel in.