Art. 7 Richtlijn 98/57/EG
1. De lidstaten schrijven voor dat pootaardappelen moeten voldoen aan de in Richtlijn 77/93/EEG vervatte eisen en in rechte lijn moeten afstammen van in het kader van een officieel goedgekeurd programma verkregen aardappelmateriaal dat bij officiële of onder officieel toezicht verrichte onderzoeken waarbij de overeenkomstige in bijlage II bedoelde methode is gevolgd, vrij van het organisme is bevonden.
Bovenbedoelde onderzoeken worden door een lidstaat verricht:
a) wanneer bevestigd is dat het organisme is aangetroffen in de pootaardappelenproductie van de betrokken lidstaat,
i) door middel van onderzoek van de daaraan voorafgaande generaties, met inbegrip van de oorspronkelijke kloonselectie, en systematisch onderzoek van de basispootgoedklonen, of
ii) wanneer vastgesteld is dat er geen klonale verwantschap bestaat, door middel van onderzoek van alle basispootgoedklonen of de daaraan voorafgaande generaties, met inbegrip van de oorspronkelijke kloonselectie, en
b) in andere gevallen: op elke plant van de oorspronkelijke kloonselectie of op representatieve monsters van het basispootgoed of van de aan het basispootgoed voorafgaande generaties.
2. Volgens de procedure van artikel 16 bis van Richtlijn 77/93/EEG kunnen worden vastgesteld:
- de nadere toepassingsbepalingen van lid 1, tweede alinea, onder a);
- de bepalingen betreffende de representatieve monsters als bedoeld in lid 1, tweede alinea, onder b).