Art. 6 Richtlijn 98/57/EG
1. De lidstaten bepalen dat het in de lijst opgenomen plantaardige materiaal dat krachtens artikel 5, lid 1, punt a), onder ii), besmet is verklaard niet mag worden gepoot of uitgeplant en dat daarvoor onder toezicht van hun verantwoordelijke officiële instanties één van de in bijlage VI, punt 1, genoemde maatregelen wordt getroffen zodat vaststaat dat er geen aanwijsbaar risico voor verspreiding van het organisme bestaat.
2. De lidstaten bepalen dat het in de lijst opgenomen plantaardige materiaal dat krachtens artikel 5, lid 1, punt a), onder iii), en punt c), onder iii), "waarschijnlijk besmet" is verklaard, met inbegrip van het in de lijst opgenomen materiaal waarvoor een risico is geconstateerd, dat is geproduceerd op productieplaatsen die krachtens artikel 5, lid 1, punt a), onder iii), "waarschijnlijk besmet" zijn verklaard, niet mag worden gepoot of uitgeplant en dat het onder toezicht van hun verantwoordelijke officiële instanties op de in bijlage VI, punt 2, aangegeven adequate wijze wordt gebruikt of verwijderd, zodat wordt vastgesteld dat er geen aanwijsbaar risico voor verspreiding van het organisme bestaat.
3. De lidstaten schrijven voor dat machines, voer- of vaartuigen, opslagplaatsen, of delen daarvan, en andere voorwerpen, verpakkingsmateriaal inbegrepen, die overeenkomstig artikel 5, lid 1, punt a), onder ii), besmet zijn verklaard of waarvan overeenkomstig artikel 5, lid 1, punt a), onder iii), en punt c), onder iii), is vastgesteld dat zij waarschijnlijk besmet zijn, volgens de in bijlage VI, punt 3, beschreven adequate methoden worden vernietigd of gedesinfecteerd. Dergelijke voorwerpen worden na desinfectie niet langer als besmet beschouwd.
4. Onverminderd de maatregelen die krachtens de leden 1, 2 en 3 van dit artikel worden genomen, bepalen de lidstaten dat in de overeenkomstig artikel 5, lid 1, punt a), onder iv), en punt c), onder iii), afgebakende zone een reeks maatregelen wordt genomen, zoals gespecificeerd in bijlage VI, punten 4.1 en 4.2. De nadere bijzonderheden van deze maatregelen worden ieder jaar aan de andere lidstaten en aan de Commissie medegedeeld. De daarbij verstrekte gegevens kunnen aan het comité worden voorgelegd.