Art. 9
1. De lidstaten stellen de goedkeuring uit van een ontwerp voor een technisch voorschrift voor de duur van drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de Commissie de in artikel 8, lid 1, bedoelde mededeling ontvangt.
2. De lidstaten stellen
- voor de duur van vier maanden de goedkeuring uit van een ontwerp voor een technisch voorschrift in de vorm van een vrijwillige overeenkomst in de zin van artikel 1, punt 9, tweede alinea, tweede streepje,
- voor de duur van zes maanden die van elk ander ontwerp voor een technisch voorschrift, onverminderd de leden 3, 4 en 5,
te rekenen vanaf de datum waarop de Commissie de in artikel 8, lid 1, bedoelde mededeling ontvangt, indien de Commissie of een andere lidstaat binnen een termijn van drie maanden na die datum in een uitvoerig gemotiveerde mening te kennen geeft, dat de beoogde maatregel aspecten bezit die voor het vrije verkeer van goederen in het kader van de interne markt eventueel belemmeringen kunnen opleveren.
De betreffende lidstaat doet de Commissie verslag over het gevolg dat hij voornemens is aan dergelijke uitvoerig gemotiveerde meningen te geven. De Commissie geeft op deze reactie haar commentaar.
3. De lidstaten stellen de goedkeuring uit van een ontwerp voor een technisch voorschrift voor de duur van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de Commissie de in artikel 8, lid 1, bedoelde mededeling ontvangt, indien de Commissie binnen drie maanden na die datum haar voornemen bekendmaakt om overeenkomstig artikel 189 van het Verdrag een richtlijn, een verordening of een beschikking terzake voor te stellen of aan te nemen.
4. De lidstaten stellen de goedkeuring uit van een ontwerp voor een technisch voorschrift voor de duur van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de Commissie de in artikel 8, lid 1, bedoelde mededeling ontvangt, indien de Commissie binnen drie maanden na die datum kennis geeft van de constatering dat het ontwerp voor een technisch voorschrift betrekking heeft op een materie die wordt bestreken door een voorstel voor een richtlijn, voor een verordening of voor een beschikking die overeenkomstig artikel 189 van het Verdrag bij de Raad is ingediend.
5. Indien de Raad een gemeenschappelijk standpunt vaststelt tijdens de in de leden 3 en 4 bedoelde status-quoperiode, strekt deze periode, behoudens het bepaalde in lid 6, zich over 18 maanden uit.
6. De in de leden 3, 4 en 5 bedoelde verplichtingen gelden niet:
- wanneer de Commissie de lidstaten mededeelt dat zij afziet van haar voornemen een dwingend communautair besluit voor te stellen of vast te stellen;
- wanneer de Commissie de lidstaten van de intrekking van haar ontwerp of voorstel in kennis stelt; of
- bij de vaststelling van een dwingend communautair besluit door de Raad of de Commissie.
7. De leden 1 tot en met 5 zijn niet van toepassing wanneer een lidstaat om dringende redenen vanwege een met de bescherming van de gezondheid van mens en dier of de bescherming van planten, dan wel met de veiligheid verband houdende ernstige en onvoorziene situatie in zeer korte tijd technische voorschriften moet uitwerken om deze onmiddellijk daarop vast te stellen en in werking te doen treden, zonder dat raadpleging mogelijk is. De betrokken lidstaat vermeldt de gronden voor de urgentie van de betrokken maatregelen in de in artikel 8 bedoelde mededeling. De Commissie spreekt zich zo spoedig mogelijk over deze mededeling uit. Zij neemt passende maatregelen in geval van misbruik van deze procedure. De Commissie houdt het Europees Parlement hiervan op de hoogte.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 2 december 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU7267
- CBb 16 juli 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BJ2930
- CBb 26 mei 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT6711
- CBb 13 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO5739
- CBb 30 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO3296
- CBb 26 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH9712
- CBb 26 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH9710
- CBb 26 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH9701
- CBb 26 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH9403