CBb 26 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH9701

Op 6 augustus 2002 heeft het College van appellanten een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van 2 augustus 2002 van verweerder, genomen op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (hierna: Bmw). Bij dit besluit is, voorzover hier van belang, ongegrond verklaard (-) het bezwaar van appellante sub 1 tegen het besluit van 14 september 2001, strekkende tot niet-verlenging van de ten behoeve van appellante sub 1 verleende toelating van het houtimpregneermiddel Tanalith E 3485 (hierna: Tanalith), en (-) het bezwaar van appellante sub 2 tegen het besluit van 14 september 2001, strekkende tot niet-verlenging van de ten behoeve van appellante sub 2 verleende toelating van het houtimpregneermiddel Kemwood ACQ 21 (hierna: Kemwood). Op 6 augustus 2002 hebben appellanten de voorzieningenrechter van het College verzocht bij wege van voorlopige voorzieningen het besluit van 2 augustus 2002 te schorsen en te bepalen dat Tanalith en Kemwood hangende de (onderhavige) beroepsprocedure worden geacht te zijn toegelaten. Bij brief van 21 augustus 2002 hebben appellanten de gronden van hun beroep aangevuld. Bij uitspraak van 11 september 2002 (02/1507; www.rechtspraak.nl, LJN-nummer AE8263) heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorzieningen afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen