Art. 6 Richtlijn 98/34/EG
1. Het comité vergadert ten minste tweemaal per jaar met de vertegenwoordigers van de in de bijlagen I en II genoemde normalisatie-instellingen.
2. De Commissie doet het comité een verslag toekomen over de tenuitvoerlegging en de toepassing van de in de onderhavige richtlijn vervatte procedures en legt de voorstellen voor ter opheffing van bestaande of te verwachten belemmeringen voor het handelsverkeer.
3. Het comité bepaalt zijn standpunt ten aanzien van de in lid 2 bedoelde mededelingen en voorstellen en kan in dat verband de Commissie met name aansporen om:
- de Europese normalisatie-instellingen te verzoeken binnen een bepaalde termijn een Europese norm vast te stellen;
- teneinde het gevaar van belemmeringen voor het handelsverkeer te voorkomen, in voorkomend geval te bereiken dat de betrokken lidstaten eerst zelf onderling een besluit omtrent passende maatregelen nemen;
- elke passende maatregel te treffen;
- na te gaan voor welke gebieden een harmonisatie noodzakelijk blijkt en, in voorkomend geval, passende harmonisatiewerkzaamheden in een bepaalde sector te verrichten.
4. Het comité moet door de Commissie worden geraadpleegd:
a) vóór iedere wijziging van de lijsten in de bijlagen I en II (artikel 2, lid 1);
b) bij de vaststelling van de regels voor de gecodificeerde weergave van de informatie en bij de vaststelling van het schema en van de criteria aan de hand waarvan de normalisatieprogramma's moeten worden opgesteld (artikel 2, lid 2);
c) bij de keuze van het in deze richtlijn bedoelde praktische systeem voor de uitwisseling van informatie en bij de eventuele wijzigingen die daarin moeten worden aangebracht;
d) bij het heronderzoek van de werking van het krachtens deze richtlijn ingevoerde systeem;
e) over de verzoeken aan de in lid 3, eerste streepje, bedoelde normalisatie-instellingen.
5. Het comité kan door de Commissie worden geraadpleegd over ieder door haar ontvangen voorontwerp voor een technisch voorschrift.
6. Iedere aangelegenheid betreffende de tenuitvoerlegging van deze richtlijn kan op verzoek van de voorzitter van het comité of op verzoek van een lidstaat aan het comité worden voorgelegd.
7. De werkzaamheden van het comité en de aan het comité te verstrekken gegevens zijn vertrouwelijk.
Het comité en de nationale overheidsdiensten kunnen echter, met inachtneming van de nodige voorzorg, natuurlijke of rechtspersonen die tot de particuliere sector kunnen behoren, om deskundigenadvies vragen.