Rb. Rotterdam 6 november 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BK2851

Warenwet. De partij in bewaring genomen vis is afkomstig uit China en zonder voorafgaande keuring de Europese Unie binnengebracht. Bij besluit van 24 september 2009 heeft verweerder verzoekster in verband hiermee medegedeeld dat de partij in officiële bewaring is genomen. Wijzigingen, die niet van invloed zijn op het besluitkarakter van de kennisgeving van 24 september 2009, heeft verweerder willen doorvoeren bij brieven van 16 en 20 oktober 2009. Intrekking van een besluit en vervanging van dat besluit door een ander besluit vereist naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat er sprake is van een nieuw besluit. De door verweerder doorgevoerde wijzigingen ziet de voorzieningenrechter als een aanvulling op het oorspronkelijke besluit. Het oorspronkelijke besluit is daarbij intact gebleven. Intrekking van dat besluit is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hier dan ook niet aan de orde. Hieruit volgt dat de brieven van 16 en 20 oktober 2009 niet kunnen worden aangemerkt als op rechtsgevolg gerichte besluiten. Ter zitting is gebleken dat, anders dan verzoekster meent, de officiële dierenarts nog geen beslissing heeft genomen omtrent de bestemming van de partij (vernietigen of terugzenden) als bedoeld in bijlage V bij werkinstructie BIPVS-11. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoekster om de partij alsnog te keuren alsmede het verzoek om bij die keuring een door verzoekster aan te stellen veterinair toe te laten thans niet ter beoordeling kunnen staan. Onder deze omstandigheden bestaat geen situatie waarin onverwijlde spoed tot het treffen van een voorziening noopt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen