Art. 6 Verordening (EG) nr. 2201/96

Verordening (EG) nr. 2201/96

1. Voor de toekenning van de produktiesteun voor verwerkte produkten op basis van tomaten wordt een quotaregeling ingesteld. De produktiesteun wordt beperkt tot een hoeveelheid verwerkte produkten die overeenkomt met 6 836 262 ton verse tomaten.

2. De in lid 1 aangegeven hoeveelheid wordt om de vijf jaar over drie produktgroepen verdeeld, namelijk tomatenconcentraat, geconserveerde hele tomaten zonder schil en andere produkten, aan de hand van de respectieve gemiddelde hoeveelheden die in de laatste vijf verkoopseizoenen voorafgaande aan dat waarvoor de verdeling geldt, zijn geproduceerd en waarvoor de minimumprijs in acht is genomen.

De eerste verdeling, namelijk voor het verkoopseizoen 1997/1998 en de volgende vier seizoenen, luidt als volgt:

- tomatenconcentraat: 4 585 253 ton;

- geconserveerde hele tomaten zonder schil: 1 336 119 ton;

- andere produkten: 914 890 ton.

3. De overeenkomstig lid 2 voor iedere produktgroep vastgestelde hoeveelheid verse tomaten wordt jaarlijks onder de Lid-Staten verdeeld naar gelang van het gemiddelde van de hoeveelheden die met inachtneming van de minimumprijs zijn geproduceerd in de laatste drie verkoopseizoenen voorafgaande aan dat waarvoor de verdeling geldt.

De verdeling voor de verkoopseizoenen 1997/1998 en 1998/1999 staat evenwel in bijlage III bij deze verordening.

Voor het verkoopseizoen 1999/2000 geschiedt de verdeling naar gelang van het gemiddelde van de hoeveelheden die met inachtneming van de minimumprijs zijn geproduceerd gedurende de verkoopseizoenen 1997/1998 en 1998/1999.

Met ingang van het verkoopseizoen 1999/2000 mag het verschil bij deze verdeling, per Lid-Staat en per produktgroep, ten opzichte van de voor het vorige verkoopseizoen toegewezen hoeveelheden nooit meer dan 10 % bedragen. Wanneer een verdeling op grond van lid 2 plaatsvindt, wordt dit percentage berekend ten opzichte van de hoeveelheden voor het vorige verkoopseizoen, waarop voor iedere produktgroep de uit die verdeling resulterende aanpassingscoëfficiënten worden toegepast.

4. De Lid-Staten verdelen de hun toegewezen hoeveelheden onder de op hun grondgebied gevestigde verwerkende bedrijven naar gelang van het gemiddelde van de hoeveelheden die met inachtneming van de minimumprijs zijn geproduceerd in de laatste drie verkoopseizoenen voorafgaande aan dat waarvoor de verdeling geldt. Hierbij wordt het verkoopseizoen 1996/1997 niet in aanmerking genomen.

Voor de eerste drie verdelingen, namelijk voor de verkoopseizoenen 1997/1998, 1998/1999 en 1999/2000 worden de in de verkoopseizoenen 1993/1994, 1994/1995 en 1995/1996 werkelijk geproduceerde hoeveelheden in aanmerking genomen.

5. Met ingang van het verkoopseizoen 1999/2000 geschieden de in de leden 2 en 3 bedoelde verdelingen volgens de procedure van artikel 29. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden volgens diezelfde procedure vastgesteld. Zij omvatten met name de voorschriften die moeten worden toegepast voor bedrijven die sedert minder dan drie jaar werkzaam zijn, voor nieuwe bedrijven en in geval van fusie of vervreemding van bedrijven.