Art. 35 Verordening (EG) nr. 2200/96

Verordening (EG) nr. 2200/96

1. Voor zover nodig om een in economisch opzicht belangrijke uitvoer van de in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten op basis van de prijzen van die produkten in de internationale handel mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 228 van het Verdrag, kan het verschil tussen deze prijzen en de prijzen in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met restitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:

a) die het best overeenstemt met de aard van het produkt en met de betrokken marktsituatie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk gebruikt kunnen worden, rekening houdend met de doeltreffendheid en de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, doch zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen grote en kleine marktdeelnemers,

b) die, gezien de beheerseisen, administratief het minst belastend is voor de marktdeelnemers,

c) waarmee elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers wordt voorkomen.

3. De restitutie is voor de gehele Gemeenschap gelijk.

Indien dit in verband met de situatie in de internationale handel of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is, kan de restitutie voor een bepaald produkt worden gedifferentieerd naar gelang van de bestemming van dat produkt.

De restituties worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 46. Zij worden periodiek vastgesteld.

De periodiek vastgestelde restituties kunnen, zo nodig, door de Commissie eigener beweging of op verzoek van een Lid-Staat tussentijds worden gewijzigd.

4. Bij de vaststelling van de restituties worden de volgende factoren in aanmerking genomen:

a) de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot:

- de prijzen van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden;

- de prijzen in de internationale handel;

b) de laagste afzetkosten en laagste vervoerkosten vanaf de markten van de Gemeenschap tot de havens of andere plaatsen van uitvoer in de Gemeenschap, alsmede de kosten van aanvoer tot de landen van bestemming;

c) het economische aspect van de beoogde uitvoer;

d) de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag gesloten overeenkomsten.

5. Bij het bepalen van de in lid 1 bedoelde marktprijzen van de Gemeenschap wordt rekening gehouden met de prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn.

De in lid 1 bedoelde prijzen die gelden in de internationale handel worden bepaald op basis van met name:

a) de op de markten van derde landen vastgestelde noteringen;

b) de gunstigste prijzen die bij invoer van produkten van oorsprong uit derde landen in de derde landen van bestemming worden gehanteerd;

c) de in de uitvoerende derde landen vastgestelde producentenprijzen;

d) de aanbiedingsprijzen aan de grens van de Gemeenschap.

6. De restitutie wordt uitsluitend toegekend op aanvraag, na overlegging van het desbetreffende uitvoercertificaat.

7. De restitutie bij uitvoer van de produkten is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, wat de gedifferentieerde restitutie betreft, de restitutie die op diezelfde dag geldt:

a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming of

b) voor de werkelijke bestemming, indien deze verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toe te passen bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.

Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.

8. Voor de in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten waarvoor in het kader van voedselhulpacties restituties worden toegekend, kan volgens de procedure van artikel 46 van de bepalingen van de leden 6 en 7 worden afgeweken.

9. De restitutie wordt uitbetaald wanneer het bewijs wordt geleverd dat de produkten:

- uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd;

- van oorsprong uit de Gemeenschap zijn en,

- in het geval van een gedifferentieerde restitutie de op het certificaat vermelde bestemming hebben bereikt of een andere bestemming waarvoor een restitutie is vastgesteld, onverminderd het bepaalde in lid 7, onder b). Van deze regel kan echter worden afgeweken volgens de procedure van artikel 46, behoudens nader te bepalen voorwaarden die gelijke waarborgen bieden.

10. De inachtneming van de volumelimieten die voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag gesloten overeenkomsten wordt gewaarborgd op basis van de uitvoercertificaten die voor de betrokken produkten worden afgegeven voor de daarin vermelde referentieperiodes.

Wat betreft de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het kader van de handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten, laat het aflopen van een referentieperiode de geldigheid van de uitvoercertificaten onverlet.

11. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met inbegrip van de bepalingen betreffende de herverdeling van de niet-toegewezen of niet-benutte voor uitvoer in aanmerking komende hoeveelheden, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 46.