Art. 37 Verordening (EG) nr. 2200/96

Verordening (EG) nr. 2200/96

1. In het handelsverkeer met derde landen kunnen passende maatregelen worden toegepast, wanneer in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen.

Deze maatregelen kunnen slechts worden toegepast, totdat de verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is, respectievelijk de uit de markt genomen of aangekochte hoeveelheden aanzienlijk zijn afgenomen.

De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag de algemene bepalingen ter uitvoering van dit lid vast en bepaalt in welke gevallen en binnen welke grenzen de Lid-Staten conservatoire maatregelen kunnen treffen.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, beslist de Commissie eigener beweging of op verzoek van een Lid-Staat over de noodzakelijke maatregelen, die aan de Lid-Staten worden meegedeeld en die onmiddellijk van toepassing zijn. Als bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend, beslist zij hierover binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek.

3. Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie binnen drie werkdagen na de dag van de mededeling daarvan aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen. Hij kan de maatregel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen, bevestigen of nietig verklaren.

4. De bepalingen van dit artikel worden toegepast met inachtneming van de verplichtingen op grond van de internationale overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 228, lid 2, van het Verdrag.