Art. 31 Verordening (EG) nr. 2200/96

Verordening (EG) nr. 2200/96

1. Voor alle invoer in, of uitvoer uit, de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten kan een in- of uitvoercertificaat verplicht worden gesteld.

Het certificaat wordt, onverminderd de bepalingen voor de toepassing van de artikelen 36 en 37, door de Lid-Staten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Het in- of uitvoercertificaat is geldig in de gehele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten kan afhankelijk worden gemaakt van het stellen van een zekerheid als garantie dat aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat zal worden voldaan; behoudens in geval van overmacht wordt deze zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd wanneer de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt uitgevoerd.

2. De geldigheidsduur van de in- en uitvoercertificaten en de overige bepalingen voor de toepassing van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 46.

Uitspraken die dit artikel aanhalen