Art. 4 Verordening (EG) nr. 2148/96

Verordening (EG) nr. 2148/96

1. Het interventiebureau garandeert de juistheid van de overeenkomstig de artikelen 1, 2 en 3 ingezamelde gegevens. Daartoe voert het gedurende het gehele jaar, zoveel mogelijk op ongeregelde tussenpozen en onaangekondigd, in de opslagplaatsen controles uit.

In elke opslagplaats wordt ten minste eenmaal per jaar overeenkomstig de in bijlage III vervatte voorschriften een controle verricht, die met name betrekking heeft op:

a) de wijze waarop de in de artikelen 2 en 3 bedoelde gegevens worden ingezameld,

b) de overeenstemming tussen de in de boeken van de opslaghouder vermelde gegevens en die welke aan het interventiebureau zijn meegedeeld, en

c) de materiële aanwezigheid in de opslagruimten van de hoeveelheden die in de boeken van de opslaghouder zijn opgenomen en die als basis hebben gediend voor de recentste, door de opslaghouder meegedeelde maandstaat, waarbij de hoeveelheden op zicht of, ingeval van twijfel of bij betwisting, door weging of meting worden bepaald.

De materiële aanwezigheid wordt vastgesteld door een voldoende representatieve materiële inspectie, die ten minste op de in de bijlage III aangegeven percentages betrekking moet hebben en op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat de in de voorraadboekhouding vermelde hoeveelheden daadwerkelijk in de voorraden aanwezig zijn.

2. Indien bij de materiële inspectie anomalieën worden vastgesteld, wordt volgens dezelfde methode een aanvullend percentage van de opgeslagen hoeveelheden gecontroleerd. De controle wordt desnoods voortgezet totdat alle produkten van de gecontroleerde partij of van het gecontroleerde pakhuis zijn gewogen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen