Art. 7 Richtlijn 96/49/EG
1. Behoudens nationale of communautaire bepalingen inzake de toegang tot de markt, is het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor tussen het grondgebied van de Gemeenschap en derde landen toegestaan, indien het in overeenstemming is met de voorschriften van het RID.
2. Deze richtlijn laat het recht van de Lid-Staten onverlet om voor hun grondgebied, na kennisgeving aan de Commissie, regelingen vast te stellen met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor van en naar de republieken van de voormalige Sovjetunie die geen partij zijn bij het Cotif. Deze regelingen gelden alleen voor in een niet-Cotif-Staat toegelaten vervoer met spoorwegwagons van gevaarlijke goederen (in colli, in bulk of in containers). Door passende maatregelen en voorschriften garanderen de Lid-Staten de handhaving van een zelfde veiligheidsniveau als dat van het RID. Voor bepaalde Lid-Staten gelden de in dit lid bedoelde bepalingen alleen voor ketelwagens.