Art. 4 Richtlijn 96/49/EG
Iedere Lid-Staat mag voor binnenlands vervoer per spoor op zijn grondgebied de bestaande nationale wettelijke bepalingen inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, die in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van de Verenigde Naties voor het vervoer van gevaarlijke goederen, blijven toepassen totdat de bijlage bij deze richtlijn aan voornoemde aanbevelingen wordt aangepast. Wanneer een Lid-Staat van deze mogelijkheid gebruik maakt, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.