Art. 15 Richtlijn 96/23/EG

Richtlijn 96/23/EG

1. Officiële monsternemingen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bijlagen III en IV teneinde in erkende laboratoria te worden onderzocht.

De praktische regels voor het nemen van officiële monsters, alsmede de voor de analyse van deze officiële monsters te bezigen routine- en referentiemethodes, worden volgens de procedure van artikel 33 vastgesteld.

Wanneer een vergunning voor het in de handel brengen wordt afgegeven voor een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik dat zal worden toegediend aan een soort waarvan het vlees of het produkt voor menselijke consumptie is bestemd, geven de bevoegde autoriteiten aan de communautaire en de nationale referentielaboratoria die met het onderzoek naar residuen belast zijn, de in artikel 5, tweede alinea, punt 8, van Richtlijn 81/851/EEG en in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2377/90 (18) bedoelde gebruikelijke analysemethoden door.

2. Voor de stoffen van groep A moet een positieve uitkomst die geconstateerd wordt naar aanleiding van een gebruikelijke methode in plaats van een referentiemethode, door een erkend laboratorium worden bevestigd aan de hand van de daartoe volgens lid 1 vastgestelde referentiemethoden.

Voor alle stoffen geldt dat, indien de uitkomst wordt aangevochten op basis van een analyse op tegenspraak, deze resultaten bevestigd moeten worden door het nationale referentielaboratorium dat overeenkomstig artikel 14, lid 1, voor de betrokken stof of het betrokken residu is aangewezen; wanneer deze laatste bevestiging positief is, komen de kosten ten laste van de eiser.

3. Wanneer bij onderzoek van een officieel monster sprake is van een illegale behandeling, gelden de artikelen 16 tot en met 19, alsmede de in hoofdstuk V bedoelde maatregelen.

Wanneer bij dit onderzoek residuen van toegestane stoffen of van contaminanten worden aangetroffen die de door de communautaire regelgeving vastgestelde niveaus of - in afwachting van deze voorschriften - de niveaus van de nationale wetgeving overschrijden, zijn de artikelen 18 en 19 van toepassing.

Wanneer het in dit lid bedoelde onderzoek betrekking gehad heeft op dieren of produkten van dierlijke oorsprong die uit een andere Lid-Staat afkomstig zijn, past de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van oorsprong op met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit die het onderzoek heeft verricht, het bepaalde in de artikelen 16, punt 2, en in de artikelen 17, 18 en 19 alsmede de in hoofdstuk V bedoelde maatregelen toe op het bedrijf of de inrichting van herkomst c.q. van oorsprong van deze dieren of produkten.

Indien dit onderzoek betrekking heeft op uit een derde land ingevoerde produkten of dieren, wendt de bevoegde autoriteit die het onderzoek heeft uitgevoerd zich tot de Commissie, die de in artikel 30 bedoelde maatregelen treft.

Uitspraken die dit artikel aanhalen