Art. 16 Richtlijn 96/23/EG

Richtlijn 96/23/EG

De Lid-Staten zien erop toe dat bij een positieve uitkomst die volgens artikel 15 is verkregen,

1. de bevoegde autoriteit onverwijld in het bezit wordt gesteld van:

a) alle gegevens die nodig zijn om het dier en het bedrijf van oorsprong of herkomst te identificeren;

b) de noodzakelijke nadere gegevens over het onderzoek en de uitkomsten daarvan. Indien uit de resultaten van de in een Lid-Staat verrichte controles blijkt dat in één of meer Lid-Staten of in één of meer derde landen een onderzoek moet worden ingesteld of maatregelen moeten worden getroffen, stelt de betrokken Lid-Staat de overige Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis. De Commissie coördineert de passende maatregelen die door de Lid-Staten waar onderzoek of maatregelen nodig blijken, worden getroffen;

2. de bevoegde autoriteit de volgende onderzoeken verricht:

a) op het bedrijf van herkomst c.q. van oorsprong een onderzoek om de redenen voor de aanwezigheid van residuen vast te stellen;

b) in geval van niet-toegestane stoffen of produkten of van illegaal gebruikte toegestane stoffen, illegale behandeling in het stadium van de vervaardiging, de hantering, de opslag, het vervoer, de toediening, de distributie of de verkoop, een onderzoek naar de bron(nen) van de betrokken stoffen of produkten;

c) alle overige door haar noodzakelijk geachte aanvullende onderzoeken;

3. de dieren waarvan de monsters afkomstig zijn duidelijk geïdentificeerd moeten worden. Deze dieren mogen, zolang de resultaten van de onderzoeken niet beschikbaar zijn, het bedrijf in geen geval verlaten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen