Art. 4 Verordening (EG) nr. 1469/95

Verordening (EG) nr. 1469/95

1. Bij de toepassing van de in artikel 3 bedoelde maatregelen moeten met inachtneming van de nationale wetgeving van de Lid-Staat de volgende beginselen worden nageleefd:

a) de betrokken marktdeelnemer moet in het geval van de in artikel 3, lid 1, onder c), en, in voorkomend geval, onder b), bedoelde maatregelen vooraf worden gehoord en het recht hebben hoger beroep in te stellen;

b) in het kader van de volgens de procedure van artikel 5 vast te stellen bepalingen moeten de krachtens artikel 3, lid 1, getroffen maatregelen in een juiste verhouding staan tot de geconstateerde of vermoede onregelmatigheid;

c) de marktdeelnemers moeten gelijk worden behandeld.

2. De Lid-Staten en de Commissie nemen de nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid van de gegevens die zij op grond van deze verordening uitwisselen te verzekeren.

Met name mogen deze gegevens niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke in de Lid-Staten of in de Instellingen van de Gemeenschap ambtshalve daarvan kennis moeten nemen, tenzij de Lid-Staat die ze meedeelt daartoe uitdrukkelijk toestemming verleent.

De op grond van deze verordening in welke vorm dan ook meegedeelde of verzamelde gegevens vallen onder het ambtsgeheim en genieten de bescherming die voor soortgelijke gegevens verleend wordt in het nationaal recht van de Lid-Staat die ze ontvangen heeft en in de overeenkomstige bepalingen die van toepassing zijn voor de Instellingen van de Gemeenschap.

Bovendien mogen deze gegevens niet voor andere dan de in deze verordening aangegeven doeleinden worden gebruikt, tenzij de autoriteiten die ze verstrekt hebben daartoe uitdrukkelijk toestemming hebben verleend, en op voorwaarde dat mededeling of gebruik van deze gegevens niet strijdig is met de ter zake geldende voorschriften in de Lid-Staat waar de instantie die ze ontvangt gevestigd is.

Met betrekking tot de bescherming van de gegevens gelden de relevante bepalingen uit de voorschriften betreffende de wederzijdse bijstand op douane- en landbouwgebied.

3. Deze verordening laat de toepassing in de Lid-Staten van de voorschriften betreffende de strafvordering of de onderlinge rechtshulp tussen de Lid-Staten in strafzaken onverlet. Zij belet niet dat de bij de toepassing van deze verordening verkregen gegevens worden gebruikt bij gerechtelijke procedures of vervolgingen die later worden ingesteld wegens niet-naleving van de landbouwvoorschriften; in dit laatste geval wordt de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die deze gegevens heeft verstrekt van dit gebruik in kennis gesteld.

De Lid-Staten treffen echter de nodige maatregelen op administratief vlak om te waarborgen dat de bepalingen van de vorige alinea zodanig worden toegepast dat zij de doeltreffende toepassing van deze verordening voor wat betreft de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde marktdeelnemers niet in de weg staan.

Indien de nationale bepalingen voorzien in geheimhouding van het onderzoek, is voor de toezending van de gegevens waarin deze verordening voorziet, de toestemming nodig van de bevoegde rechterlijke instantie; de bevoegde administratieve instantie doet het nodige om deze toestemming te verkrijgen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen