Art. 3
1. De Lid-Staten treffen ten aanzien van de in artikel 1, lid 2, onder a), bedoelde marktdeelnemers de volgende maatregelen:
a) een verscherpte controle op de verrichtingen waarbij zij betrokken zijn, en/of b) de opschorting van de betalingen voor nader te bepalen lopende verrichtingen en, in voorkomend geval, van de vrijgave van de betrokken zekerheden, totdat administratief is vastgesteld of er al dan niet sprake is van een onregelmatigheid, en/of c) uitsluiting van de betrokkene voor een periode en voor verrichtingen die nader moeten worden vastgesteld.
De onder b) en c) bedoelde maatregelen worden door de bevoegde instanties van de Lid-Staten vastgesteld aan de hand van criteria die worden bepaald volgens de procedure van artikel 5, waarbij terdege rekening gehouden wordt met het risico van nieuwe onregelmatigheden die dezelfde marktdeelnemer zou kunnen begaan. De maatregelen worden vastgesteld nadat de eventuele desbetreffende formaliteiten waarin de wetgevingen van de Lid-Staten voorzien, vervuld zijn.
2. Voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde marktdeelnemers gelden alleen de in lid 1, onder a) en b), bedoelde maatregelen.
3. Wanneer de Commissie zelf bij inschrijvingen toewijst, neemt zij, naar gelang het geval, een of meer van de in lid 1 vermelde maatregelen.