Art. 37 Verordening (EG) nr. 1239/95, Verzoek om een dwanglicentie

Verordening (EG) nr. 1239/95

1. Het verzoek om een dwanglicentie moet bevatten:

a) de aanduiding van de verzoeker en de weigerachtige houder van het betrokken ras als partijen in de procedure;

b) de rasbenaming van het betrokken ras en de soort waartoe het behoort;

c) een voorstel inzake de aard van de handelingen waarop de dwanglicentie betrekking moet hebben;

d) een uiteenzetting van het openbaar belang waarop het verzoek berust, en een omstandige uiteenzetting van de feiten, bewijzen en argumenten, die tot staving van het gestelde openbaar belang worden aangevoerd;

e) in het geval van een verzoek als bedoeld in artikel 29, lid 2, van de basisverordening, een voorstel inzake de categorie van personen aan wie de dwanglicentie moet worden verleend, en in voorkomend geval de specifieke eisen waaraan die personen moeten voldoen.

2. Wanneer een persoon een verzoek als bedoeld in artikel 29, lid 1 of lid 5, van de basisverordening indient, moet hij daarbij de stukken voegen waaruit blijkt dat zijn verzoek om een contractuele licentie door de houder is afgewezen.

3. Bij een verzoek als bedoeld in artikel 29, lid 2, van de basisverordening moeten de stukken worden gevoegd waaruit blijkt dat verzoeken van personen om een contractuele licentie door de houder zijn afgewezen. Wanneer de Commissie of een Lid-Staat om een dwanglicentie verzoekt, kan het Bureau in geval van overmacht ontheffing van deze bepaling verlenen.

4. Een verzoek om een contractuele licentie wordt geacht te zijn afgewezen in de zin van het bepaalde in de leden 2 en 3, wanneer:

a) de houder de persoon die aanspraak maakt op dit recht niet binnen een redelijke tijd een definitief antwoord heeft gegeven; of b) de houder heeft geweigerd, de persoon die aanspraak maakt op dit recht een contractuele licentie te verlenen; of c) de houder de persoon die aanspraak maakt op dit recht een contractuele licentie heeft aangeboden, maar hetzij de wezenlijke voorwaarden van het aanbod, waaronder die betreffende de te betalen royalty, hetzij de voorwaarden van het aanbod in hun geheel kennelijk onredelijk waren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen