Art. 36 Verordening (EG) nr. 1239/95, Wijziging van de rasbenaming

Verordening (EG) nr. 1239/95

1. Wanneer overeenkosmtig artikel 66 van de basisverordening de rasbenaming dient te worden gewijzigd, deelt het Bureau de houder de redenen hiervan mee, stelt het een termijn vast waarbinnen de houder een passend voorstel voor een gewijzigde rasbenaming moet indienen, en maakt het hem erop opmerkzaam dat wanneer hij dit niet doet, het communautaire kwekersrecht overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening vervallen kan worden verklaard. Elk voorstel van de houder moet schriftelijk in tweevoud bij het Bureau worden ingediend.

2. Wanneer het Bureau het voorstel voor een gewijzigde rasbenaming niet kan goedkeuren, stelt het de houder hiervan onverwijld in kennis, stelt het andermaal een termijn vast waarbinnen de houder een passend voorstel moet indienen, en maakt het hem erop opmerkzaam dat, wanneer hij dit niet doet, het communautaire kwekersrecht overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening vervallen kan worden verklaard.

3. De artikelen 31 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing op een bezwaar op grond van artikel 66, lid 3, van de basisverordening HOOFDSTUK IV

DOOR HET BUREAU TE VERLENEN COMMUNAUTAIRE LICENTIES

Afdeling 1

Dwanglicenties

Vorige artikelen

Volgende artikelen